Saturday, 4 September, 2010
Wat een boek allemaal kan teweegbrengen. Na het lezen van ‘dieren eten’ van Jonathan Safran Foer zette ik de stap naar het vegetarisme. De kok kiest wat het volk eet, dus ook het gezin doet – in eerste instantie misschien wat schoorvoetend, maar na verloop van tijd met alsmaar meer enthousiasme – mee. Wie mij goed kent, weet dat dit voor mij niet zo’n grote stap was. Ik heb altijd al veel sympathie gehad voor vegetariërs, maar vond vlees en vis toch iets te lekker om links te laten liggen. Intussen gaat het niet meer alleen om die zielige diertjes die versneden worden tot lapjes biefstuk of kippenbout. De impact van de vleesindustrie en de visserij blijkt fenomenaal groot voor onze planeet. Zelfs wie het geen moer kan schelen wat die dieren te lijden krijgen voor ze op ons bord belanden, kan uit ecologische of economische overwegingen toch besluiten geen vis of vlees meer te eten. Dat het voor je gezondheid ook goed blijkt te zijn, is natuurlijk mooi meegenomen. Vind ik vlees of vis dan plots niet meer lekker? Natuurlijk wel. Mis ik het? Nee, helemaal niet!
Soms krijgen we de vraag wat we dan wèl nog eten. Ergens las ik een ad rem antwoord op deze vraag: gras, zowel gestoomd, gebakken als rauw. Gelukkig is Cas mijn grootste verdediger en treedt hij me bij zulke gesprekken al snel bij door de vraagstellers te verzekeren dat vegetarisch eten heel lekker is. Maar bij de grootouders en bij vriendjes eet hij wel soms vis of vlees, dus strikt genomen is hij flexitariër, net als Marthe, Lena en Geert. Voor mijzelf en Finn [die in deze nog niet echt een stem heeft en voorlopig alles lekker vindt] probeer ik dit te vermijden, al zijn er situaties waarin ook ik een stukje vis moet eten, al was het maar omdat ik niet ‘die moeilijke’ wil zijn.
Maar waarom ook geen vis, vragen sommigen mij? Alsof vissen minder dier zijn dan kippen en koeien. Akkoord, ze hebben geen hoge aaibaarheidsfactor, ze stoten geen massa’s methaan uit en ze verbruiken geen grote hoeveelheden water en graan. Maar de invloed van al dat gevis voor het leven onder water is catastrofaal en de invloed van al het gif dat via de vis uw en mijn lichaam bereikt is ook niet mis. Wie echt wil weten hoe het zit [en daarna wellicht geen vis meer zal eten, u weze gewaarschuwd], moet maar eens ‘Wat is er mis met vis?’ van Dos Winkel lezen. Je valt gewoon achterover. En dan te bedenken dat men nog steeds aangeraden wordt 1 à 2 keer per week vis te eten omdat het gezond is! Net zo min als vlees heeft een mens vis ‘nodig’. Gelukkig maar, denk ik dan.
Maar ik ga misschien te veel de belerende toer op. Genoeg daarover. Wat primeert en mij blijvend motiveert, is dat er zoveel lekkere, creatieve en verrassende vegetarisch recepten bestaan. Al drie maanden probeer ik verschillende keren per week nieuwe gerechten uit en ik heb het gevoel dat we nog nooit zo smaakvol gegeten hebben als de laatste maanden. Lekker, gevarieerd en daarbovenop nog eens gezond. Een win-win situatie dus.
Saturday, 28 August, 2010
Vorig jaar deed ik al eens uitvoerig uit de doeken waarom ik een ‘zomermeisje’ ben. Ik hou van alle seizoenen, maar van de zomer toch het meest. Nochtans zou ik niet in een land willen wonen waar het altijd warm is. De afwisseling van de seizoenen en het verlangen naar de zomer doen een mens des te meer genieten van de weldadige zon en de lange zomeravonden. Ik laad me dan op om zonder zagen en zeuren regen, kou en sombere dagen te trotseren.
Maar een zomer waarin het niet zomert, daar kan ik behoorlijk humeurig van worden. Let op, we mogen dit jaar niet echt klagen. De zomer begon weliswaar laat, maar juni en juli waren onmiskenbaar warm. Augustus daarentegen, daar valt niet veel goeds over te zeggen. En dat is bijzonder jammer, want daardoor valt mijn herfstblues vroeger dit jaar.
De tuin verandert en schakelt over naar herfstmodus en ook mijn gemoed moet zich daaraan aanpassen. Dat gaat ieder jaar gepaard met wat melancholie, spijt over de zomer die weer te snel voorbij was. Ik moet dan wennen aan het idee dat de herfst er weer aankomt. En ook al kan het nog heel zonnig zijn in september, echt zomerweer is dat niet. Je krijgt geen lange, warme zomeravonden meer cadeau, de donkerte valt vroeger in en brengt een vochtige kilte met zich mee, …
Maar na een tijdje heb ik me verzoend met die herfst [kan ook moeilijk anders met zo'n herfstliefhebber als Geert in huis, die in augustus al mijmert over boswandeling, pompoensoep en warme truien] en ben ik gewoon blij met iedere extra dag mooi weer. Net als mijn wederhelft raak ik dan gecharmeerd door het zachte licht, de mooie kleuren en de prachtige paddenstoelen. Wat dacht u van dit exemplaar dat dichtbij onze dode perenboom in het gras groeide?






Friday, 20 August, 2010
Er was mooi weer voorspeld voor vandaag en oma A. stelde voor om eens met de drie oudsten naar de speeltuin aan de sporthal te trekken. Vroeger deed ik dat regelmatig met de kinderen, maar door Finns namiddagslaapje komt dat er niet zo snel meer van. Een goed idee dus. Na Finns dutje fietste ik hen tegemoet. Finn vindt het heerlijk op de fiets en zo’n grote zandbak is natuurlijk ook niet te versmaden. Met schep, emmer en boek [ongebruikt, wat dacht u?] togen we dus daarheen.
In en rond de sporthal verzorgt de gemeente haar speelpleinwerking. Onze kinderen kennen dat niet [ik ben gelukkig altijd thuis in de vakantie] en vroegen dus wat al die kindjes daar deden. Ik legde uit dat kinderen daar terecht kunnen als hun papa en mama moeten werken in de vakantie. Ocharme. Al vond Cas dat het nog wel plezant leek, want hij had gezien dat ze elkaar natgespoten hadden met water en daar was hij heimelijk wat jaloers op.
Rond tien voor vijf kwamen zo’n veertigtal kinderen de pakweg tien kinderen die toen rustig in de speeltuin zaten, vervoegen. Over een overrompeling gesproken. Enkele monitors posteerden zich aan de ingang van de speeltuin met een houten bord waarop in koeien van letters de prijs voor één, twee of drie bollen ijs stond. Onze kinderen direct laaiend enthousiast natuurlijk. Ik wachtte even af, want het was niet onmiddellijk duidelijk of kinderen die niet naar de speelpleinwerking gingen ook ijsjes mochten kopen. Ik was dan ook verbaasd toen één van die monitors nogal erg bruut tegen alle kinderen zei dat ze weg moesten gaan. De kinderen, vooral de jongsten, dropen beteuterd af en de enkelingen die zich niet snel genoeg uit de voeten maakten werden nog maar eens afgesnauwd. Aan onze kinderen werd gevraagd of hun mama wel bij hen was, want “kindjes zonder mama of papa krijgen geen ijsje”, zo stelde een moni het. De onze toonden hun centje en wezen naar mij op de bank en werden dus bediend. Maar ik vond het vooral zo zielig voor alle andere kindjes. Mooi weer, warm zelfs, een godganse dag gespeeld, welk kind zou niet verlangen naar een ijsje? Maar nee, geen medelijden, ze moesten maar wachten op hun ouders en hopen dat die goedgezind genoeg waren om centjes boven te halen voor zo’n halfgesmolten ijsje. Kan er dan geen gratis ijsje af voor kinderen die naar de speelpleinwerking gaan, vroeg ik me af? Was dit op eigen initiatief van de moni’s, om wat zakgeld te verdienen? Of wil de gemeente nog wat extra geld uit de zakken van de ouders kloppen?
Ik zat op het bankje met een bijzonder wrang gevoel en ik denk niet dat ik ze snel naar de speelpleinwerking zal sturen!
Monday, 16 August, 2010
In het oktober is het elf jaar geleden dat we trouwden. Vorig jaar schreef ik er al eens iets over. Niet dat we dat vieren, zo’n trouwverjaardinges. Ik herinner me een aantal jaren geleden dat ik ‘s morgens telefoon kreeg van mijn moeder met een welgemeende proficiat en dat ik behoorlijk uit de lucht viel. Waarom er dan weer over schrijven vraagt u zich wellicht af.
Wel, door enige fysieke veranderingen [neen, mijn rechter ringvinger heeft niet in de vleesmolen gezeten] draag ik al een aantal maanden geen trouwring meer. Ik wou hem laten aanpassen, maar merkte net te laat dat Christa Reniers geen winkeltje meer heeft in Gent, en in Antwerpen of Brussel raken we dezer dagen niet zo snel meer.
Toen we tijdens de afgelopen Gentse Feesten de kraampjesmarkt, waar we vroeger graag vertoefden, maar die we al een tijd ‘kwijt’ waren geraakt sinds Polé Polé de Koornlei annexeerde, herontdekten vonden we er een aanvaardbaar alternatief. Leuke, mooie en in zeer vele maten verkrijgbare ringen in een tot nog toe onbekend materiaal. Ik dacht eerst dat het hout was, maar denk nu eerder aan hoorn of zoiets. Ik hoop in elk geval [voor Marijke] dat de diertjes niet voor onze ringen zijn geslacht. Zelf koos ik een zwart exemplaar. Mijn madam selecteerde na een half uurtje passen, wikken en wegen, draaien en keren, twee modelletjes.

Negen euro waren we lichter, maar zo konden we op de terreinen van ‘Batakamp‘, onder toeziend oog en met goedkeuring van gelegenheidsgetuigen K&I [die ons zo'n slordige 15 jaar geleden volledig op toevallige wijze bijeen brachten] nog eens een ring om elkanders vinger schuiven.
You may now kiss the bride, en daar doen we het toch voor niet?
Saturday, 31 July, 2010
Vrouwen hebben het met schoenen, naar het schijnt. Ze zien ze en ze moeten ze hebben, kost wat kost, sorry voor de portemonee en sorry voor de zere voeten, want die hakken doen echt geen deugd. Over mijn madam hoor je me niet klagen hoor, hoger dan een paar centimeter komen haar hielen niet van de grond en we moeten gelukkig ook geen extra uitbreiding aan het huis bouwen om haar ‘collectie’ in onder te brengen.
Maar dat gevoel van ‘dat is nu iets wat ik echt wel wil’, dat had ik donderdag toen we R.’s nieuwe winkel gingen bezoeken. Ik ben al een tijdje op zoek naar een hoofddeksel. Een muts draag ik nooit, een hoed, daar heb ik de ‘kop’ niet voor en voor een baseballpet ben ik net te oud, vrees ik. Maar toen ik deze zag, voelde en paste wist ik het wel. Dit wordt mijn nieuwe ‘compagnon de route’ voor de wat frissere dagen.






Pavillon d’Accueil du Territoire du Sanglier