Vandaag kwamen alle kindjes na een nachtje logeren – de meisjes bij nonkel P. & tante C. en Cas bij vriendje R. – terug naar huis. Ze zijn daar ongetwijfeld in de watten gelegd en dus dacht ik eraan om nog eens kaneelbroodjes te bakken voor bij de koffie. Het is een beproefd recept alhier, ooit overgeschreven uit het fantastische kookboek van Tessa Kiros. ‘De smaak van mijn herinnering’ is een boek vol familierecepten, maar met een Finse moeder en een Grieks-Cypriotische vader zijn die recepten uiteraard heel gevarieerd. En dat, samen met de boeiende verhalen over haar jeugd en over de herkomst van de recepten, maakt dit boek zo bijzonder.
De kaneelbroodjes zijn een Finse traditie, korvapuusti heten ze, maar ze zijn bijvoorbeeld ook in Zweden heel populair. Daar hebben ze zelfs een ‘kanelbullens dag’, een kaneelbroodjesdag. Ik denk bij het maken van de broodjes aan een weids sneeuwlandschap, rode houten huisjes, een warm vuur en ja, soms ook aan pettson en findus. Helemaal zen word ik ervan. De geur van kaneel vult heel je huis met winterse gezelligheid, alleen al daarom zou je dit af en toe moeten maken. De broodjes zijn het lekkerste als ze nog lauw zijn.
Wat heb je nodig?
voor het brooddeeg
- 200 g lauwe melk
- 75 g suiker
- 1 zakje gedroogde gist
- 1 losgeklopt ei
- 90 g zachte boter
- 1 theelepel zout
- 500 g witte bloem
voor de kaneelboter
- 2 theelepels kaneel
- 50 g bruine suiker
- 80 g zachte boter
In het boek zijn het kaneel-kardemombroodjes en voeg je aan het brooddeeg 2 theelepels gemalen kardemom toe, maar aangezien Geert daar niet zo wild van is, laat ik dat gewoon weg.
Aan het werk
Doe de gist, melk en suiker bij elkaar en laat 10 minuutjes rusten. Voeg het ei, de boter en het zout toe en terwijl de Kitchen Aid zachtjes op stand 1 draait, voeg je de bloem toe. Laat de keukenrobot zijn werk doen gedurende 10 minuten. Intussen kan je de kaneelboter maken door gewoon boter, suiker en kaneel te mengen.
Leg het deeg met een schone handdoek over op een bebloemde bakplaat en zet dit in de oven op ongeveer 40°C. Wanneer het deeg zowat verdubbeld is, na ongeveer een half uur of drie kwartier, verdeel je het in vier stukken. Verdeel ook de kaneelboter in vier porties. Terwijl je met stuk één aan de slag gaat, zorg je ervoor dat de overige stukken deeg afgedekt blijven.
Rol het deeg uit zodat je een rechthoekige lap krijgt. Smeer er kaneelboter over en rol op. Snij de worst schuin in stukjes, afwisselend links en rechts – zoals de accenten bij élève. Leg ze zo dat het bovenste reepje deeg smaller is dan het onderste en druk het bovenste flapje nog eens goed dicht. Doe dit met de vier stukken deeg tot je ongeveer 25 à 30 kaneelbroodjes hebt. Leg alles op een bakpapier en laat nog een half uurtje rusten op een warme plaats, ver weg van tocht. Ik leg er altijd de handdoek terug over.
Verwarm de oven nu voor op 180°C. Klop een eigeel los en bestrijk de broodjes ermee. Strooi er nog wat vanille- of rietsuiker over en bak ze ongeveer 20 minuten – 18 minuten bleek voor onze oven perfect.






Nadat ik ze de eerste keer gemaakt had, heb ik er in mijn kookschriftje ‘Lekker!’ bijgeschreven. Zelfs Marthe, die normaalgezien alleen chocoladetaart lust, staat hiervoor op de eerste rij. En juf K., R.’s mama, blijkbaar ook.