Category “finn”

twee in zicht

Friday, 3 June, 2011

20110511_finn_thuis_003Woensdag wordt Finn twee jaar. Een zeer plezante leeftijd. Hij is al vrij zelfstandig, tatert erop los, aapt ons na en geeft knuffels als een volleerde charmeur. Maar ook een moeilijke leeftijd. Hij weet wat hij wil en vooral wat niet. Hij klautert zonder gène op kasten, op het aanrecht, op tafel, niets is nog veilig. Hij neemt zelf zijn favoriete ‘yough’ uit de koelkast, soms met alle gevolgen van dien. Hij kruipt op mijn fiets als hij wil gaan fietsen. Zelfs de voordeur moet op slot, of hij zou alleen vertrekken naar de winkel. Soms voel ik me zoals in een klas met dertig leerlingen: ogen en oren tekort! Als het stil is, ga ik best snel kijken. Al moet ik zeggen dat er tot nog toe geen ongelukken gebeurd zijn, wellicht omdat ik er iedere dag bij ben en hem dus ook door en door ken. Al is hij me vaak wel een stapje voor en ben ik soms verrast over wat hij nu weer bijgeleerd heeft [lees: waar hij nu alweer op kan].

Dus ja, soms ben ik blij dat hij nog een dikke twee uur per dag slaapt en hij me even rust gunt. En gaan slapen doet hij nog steeds met plezier, al was het maar omdat hij zo geniet van ons momentje ‘dodo doen’. ‘Dodo doen’ is ‘Finns’ voor samen op het grote bed dicht bij elkaar liggen en een boekje lezen. En dan als een baby’tje naar je bedje gedragen worden, slaapritueeltjes kunnen toch zo fijn zijn.

20110422_finn_thuis_002Onlangs vertelde oma nog eens hoe Geert als kind de wieltjes van de auto’s beet waar zijn broer voordien zo’n zorg voor gedragen had. Finns reputatie als brokkenpiloot is dus gewoon genetisch bepaald. Dat belooft natuurlijk voor later. Al moet ik zeggen dat Geert dat vandalistisch trekje toch grotendeels kwijt is, gelukkig. Maar ik heb al vaak gedacht dat het goed is dat Finn de hekkensluiter is, want alleen wat echt robuust en duurzaam is zal nog op zolder belanden voor de kleinkinderen.

Met Finns verjaardag start een heuse feestweek. De dag erna feestje voor Lena in de klas, feest met de opa’s en oma’s voor Lena en Finn, vaderdag, verjaardagsfeest voor Lena’s vriendinnetjes. Voorlopig heeft onze bijna-tweejarige nog geen benul van verjaardagen en krijg ik van hem nog geen lijstje van wat ik allemaal moet/mag bakken en klaarmaken. Mijn oventje zal draaien!

 

alfred jodocus

Wednesday, 11 May, 2011

Marthe is net terug van drie dagen boerderijklassen. Daar waar Cas nog naar bachten de kuppe trok voor zijn bosklas was het bij Marthe wat bescheidener. Zij trokken te voet naar de vierhoekhoeve in Gijzenzele, een volle 3,4 km van de leefschool. Ik wandelde mee als begeleider en om daar ter plekke de bedjes op te maken.

Aangezien Marijke ons had gedropt op school en daarna met Finn terug naar Scheldewindeke was gereden was ik aangewezen op mijn onderste ledematen om terug thuis te geraken. Een tochtje van een kleine 7 km langs stoffige landwegen, een spoorwegbedding en een overstromingsgebied. Het was toen ik m’n dagelijkse spoorlijn volgde dat ik plots tussen de 2 sporen een gepiep hoorde. Ik merkte een klein pluizig wezentje op dat struikelde over z’n veel te grote zwemvliespoten en dito keien tussen de dwarsliggers. Zonder zich te verzetten liet hij zich door mij optillen. Ik spitste de oren om de moeder te kunnen lokaliseren, maar hoe ik ook luisterde, er was nergens een mama te bespeuren. Er was daar in de directe omgeving ook geen poel of gracht, dus besloot ik m’n metgezel dan maar mee te nemen naar huis. Ik sloot het beestje in m’n handen die ik tot een nestje had gevouwen. Dat was precies wel naar de zin van Alfred, want algauw zat hij te knikkebollen en vielen z’n oogjes dicht. Nog even werd hij opgeschrikt toen een fazantenmama zich, met veel gevoel voor dramatiek, als een gewond dier voor m’n voeten wierp om zo de aandacht van haar jong, dat snel het hazenpad koos in het dichte struikgewas, af te wenden.

Toen ik de serre binnenkwam zat Finn een van z’n tractors te demonteren. ‘Papa’ klonk het, onmiddellijk gevolgd door een opgewonden ‘eenje‘. Het eendje, of correcter, het gansje, liet zich gewillig inspecteren door onze avonturier terwijl Marijke alvast een kartonnen doos ging halen. Het diertje werd op de kast gezet, kreeg een bakje water en een bewaker, want Finn kon niet snel genoeg de trip trap tegen de kast schuiven om zo een goed zicht te hebben over het diertje. ‘Kaka’ klonk het plots en daarna ‘nog kaka’.

20110509_alfred_jodocus_kwak_00220110509_alfred_jodocus_kwak_00320110509_alfred_jodocus_kwak_00620110509_alfred_jodocus_kwak_00820110509_alfred_jodocus_kwak_01220110509_alfred_jodocus_kwak_016

Er moest natuurlijk wel een oplossing gevonden worden voor het diertje. Naar Marijkes thuis, bij de kippen, of aan de beekkant. Naar school bij de kippen. In de tuin, maar met onze poezen in de buurt was dat geen goed idee. Dan toch maar de telefoongids erbij gehaald en het nummer van het Vogelopvangcentrum in Merelbeke opgezocht. ‘Ah, bij ons binnenbrengen, hé’ was het ietwat laconieke antwoord op de vraag wat de beste oplossing zou zijn voor het diertje.

Alfred verhuisde van een open naar een, tijdelijke, gesloten instelling [van de doos op de kast naar een met flapjes afgesloten kartonnen doos voor in de auto] maar werd korte tijd later ‘vrij’ gelaten bij een hoop van zijn soortgenoten die hetzelfde lot beschoren waren. Wanneer hij een fiere gans zal zijn wordt hij vrijgelaten en daar worden wij dan per mail van op de hoogte gebracht. Het Belgisch gerecht kan hier nog wat van leren zou je zo denken.

 

wat zit er in de frigo?

Wednesday, 27 April, 2011

20110412_finn_op_de_speeltoren_018Deze namiddag ging ik even de gestreken was boven leggen. Finn was mooi aan het spelen en als hij mij nodig heeft roept hij wel, zo weet ik uit ervaring. De andere kinderen speelden buiten en hielden dus ook een oogje in het zeil. Of niet, zo bleek.

Terug beneden, kwam Finn mij in de keuken tegemoet, met in de ene hand een kleine courgette en in de andere het botervlootje, zonder dekseltje. Hij had die vakkundig uit de frigo gehaald [was die wel vergeten dichtdoen, maar goed, alle begin is moeilijk] en was nu boter aan het eten met behulp van die courgette. Sabbelend op het steeltje, vroeg hij “da?”, alsof hij wou weten of zijn eerste culinair feit een geslaagde combinatie opleverde. Ik vrees dat we nog een lange weg te gaan hebben.

van die keer dat de zoon een poes werd

Friday, 11 March, 2011

Het was een heerlijk lentedag vandaag, zo een waaraan een buitenkind als Finn zijn hart kan ophalen. Hij struinde welgezind door de tuin, at nootjes met zijn broer, reed op de driewieler en schoof met R. en Cas van de glijbaan. Toen hij in de garage begon te rommelen, gaf ik hem zijn kleine kruiwagen, vulde die met wat poezenbrokjes en stuurde hem met de boodschap “geef de poes maar eten” op pad.

Vorige zomer heeft hij [zoals de meeste kinderen, vermoed ik] wel eens geproefd van die brokjes en in al mijn naïeviteit dacht ik dat dat volstond als ervaringsgerichte les. Niet dus.

Ik vond hem vandaag terug achter het tuinhuis terwijl hij met veel smaak een handvol poezenbrokjes naar binnen werkte. Wanneer ik hem erop wees dat hij toch geen poes is, kreeg ik alleen ‘miauw, miauw’ als antwoord, waarop hij vrolijk wegliep en nog snel een extra brokje in zijn mond stak. Een gat in de markt?

zoon van zijn vader

Wednesday, 16 February, 2011

20110112_in_bad_007Blijgezind stapt hij door de dag. Het begint al bij de autorit naar school. Zoals veel jongens is hij verzot op vrachtwagens, kranen en tractoren. Hem hoor je dus niet klagen over de wegenwerken die al maanden aanslepen in het dorp. Vol enthousiasme roept hij iedere morgen vanuit de autostoel: “vawa” [Fins voor vrachtwagen] of “kraan”. Er zijn er weinig die hem ontgaan, het geluid is vaak al genoeg om de pavlovreactie in gang te zetten.

En dan het volgende hoogtepunt van de dag: de kippen van de leefschool. Hij roept al van ver “pikken, pikken”, gaat naar het hek en valt in bewondering op zijn knieën om ze goed te kunnen bekijken. De kippen lijken wel met blij deze welgemeende interesse van onze zoon. Voor de kinderen op school zijn ze niet zo bijzonders meer, maar Finn zit nog in de fase dat zelfs een steentje op de weg aandachtig bekeken en bevoeld moet worden. Soms is dat oponthoud lastig, maar vaak vind ik het gewoon schattig. Ik probeer het te zien als het ideale moment om ook wat meer aandacht te hebben voor alles om me heen. Niet zo evident in onze jachtige tijd.

Na zijn kort rendez-vous met de kippen springt hij op en roept geestdriftig “Bea, Bea, Bea!”. Eigenlijk blijft hij “Bea” zeggen tot we het zebrapad aan school oversteken en richting natuurwinkel stappen. Daar moet hij zijn aandacht verdelen over de tractor die in het speelhoekje staat en het koekje dat hij steevast van Bea krijgt.Wat een teleurstelling op Bea’s sluitingsdag of als mama niets nodig heeft.

En dan de terugweg. Maanden reden we tussen de velden door naar huis omdat onze straat openlag. Eigenlijk was dat wel leuk, want we zagen koeien en paarden, en ook die konden op Finns goedkeuring rekenen. Tot plots een stuk opnieuw berijdbaar is en een andere omweg gevolgd mag worden. Grote consternatie op de achterbank. Wild zwaaiend, luid roepend: “da, da, da!”. Hij dacht wellicht dat ik dement aan het worden was en de weg naar huis niet meer kende. Grappig hoe peuters zo aan routine hechten.

20110112_in_bad_005Wat ook opvalt is hoe kleine gebeurtenissen een grote indruk kunnen nalaten. ‘s Avonds in zijn bed wordt het woordje “pot” [kapot] vaak herhaald. Hoe zou dat nu komen, vraag ik me af. Net als zijn vader destijds [de verhalen over zijn gesneuvelde fietsen komen regelmatig ter sprake bij familiefeesten] heeft Finn behoorlijk wat ‘malchance’ met de dingen rondom hem. Auto’s verliezen zomaar wieltjes, boeken zijn plots gescheurd, het bad vertoont zomaar ineens sporen van een niet zo zacht contact met een metalen voorwerp, speelgoed ‘desintegreert’ ter plekke,… Enkel speelgoed dat de Finn-test doorstaat kunnen we echt degelijk noemen en tot onze grote verbazing is dat niet zo heel erg veel. Al een geluk dat hij de laatste in rij is, onze kleine vandaal. De zorgzaamheid die de anderen aan de dag legden, zit er bij hem blijkbaar niet in. Ja, er is nog werk aan de winkel, maar met zo’n grappige snoet kom je met veel weg, natuurlijk.