Category “familiezaken”

Thor

Monday, 5 July, 2010

20100617_jonkies_002Voor u spontaan ‘tiediedediedie’ begint te zingen, we hebben de mosterd bij de Germanen gehaald. De god van de donder heet Thor, en ik heb dat altijd een mooie naam gevonden. Hij kwam niet in aanmerking voor één van de zonen, omdat dat niet goed bekt met de achternaam Roels. Vraag maar aan nonkel Peter. Maar poezen hebben geen achternaam en we vinden dat het ook nog past bij Findus en Joske. Marthe en Lena waren direct verkocht, Cas had een lichte voorkeur voor Jules, maar we hanteren ook hier een democratisch stelsel, dus het werd Thor, ook al is het voorlopig nog een klein Thorke.

ik loop, jij loopt, hij loopt

Saturday, 3 July, 2010

20100627_thuis_016Ja, hij loopt! Al ruim een week, maar het is er niet eerder van gekomen er iets over te schrijven. En eens zo’n kruiper een stapper wordt, lijkt het alsof het al altijd zo geweest is. Nochtans heeft hij wel een maand lang ‘bijna’ gelopen. Achter een karretje, met de handjes aan de muur, één wankel pasje en dan terug veilig op de knieën. Maar sinds hij 12 1/2 maand is stapt hij echt en daar heeft hij bijzonder veel plezier in. Of zou dat zijn omdat de andere kinderen zijn stapjes tellen en dan applaudisseren? Iedere dag meer stapjes, iedere dag zekerder van zijn kunnen. En daarmee past hij volledig in het rijtje van onze andere kinderen. Ze zetten allemaal hun eerste duidelijke stappen rond hun eerste verjaardag. En van dan af zijn ze niet meer te houden!

roots

Thursday, 24 June, 2010

In Scheldewindeke ben ik, volgens de bakkersvrouw althans, een ingeweken stedeling. In Gent was ik eerst kotstudent en daarna een ‘blijven-plakker’. Tijdens m’n jeugd liep ik school in het Waasland, meer bepaald in de raap-en-rooster-stad Lokeren. Daarvoor stond mijn school in Wachtebeke, waar ik niet werd verwekt, maar wel sinds m’n geboorte woon, weliswaar als kind van economische vluchtelingen. Sidmar was in volle expansie en trok werkvolk aan van uit de ruime omgeving. Mijn ouders woonden tot dan in Gent, maar komen allebei uit de streek met de lelijkste naam: het meetjesland. Dit, met enige overdrijving, nomadische bestaan zorgt ervoor dat ik geen echte ‘heimat’ heb.

Thuis spraken we geen ABN zoals dat in die tijd nog heette, maar een tussentaaltje. Met mijn Wachtebeekse vriendjes kwamen wat lokale klanken mee, maar omdat Wachtebeke net tussen het meetjesland en het waasland in valt, is dat een beetje mossel noch vis. Eens in Lokeren werd de ‘a’ al wat palataler en sloop er hier en daar wel een ‘neig’ in mijn vocabularium. Van mijn studententijd in Gent hou ik voornamelijk Westvlaamse invloeden over van de studie-, kot- en bedgenoten (niet dat die drie steeds in één persoon vervat zaten). Dus ook op taalgebied heb ik niet echt een uitgesproken identiteit, tenzij je vlaamsch as such zou benoemen.

En toch, ergens voel ik toch een verbondenheid. Als ik op een verloren avond door Gent dwaal voel ik me nog steeds een beetje Gentenaar. Ik passeer nog jaarlijks eens op de Lokerse feesten waar ik dan wat vage bekenden tegen het lijf loop, maar sterk is die band niet meer. Ik was dan ook slechts zes jaar pendelaar en de vriendschappen met de middelbare schoolvriendjes bestaan enkel nog als ‘verbinding’ op facebook. Wandelend in Wachtebeke en zeker op de grens met Moerbeke voel ik me meer verbonden met de natuur daar dan met de mensen.

En toch, bloed kruipt waar het niet gaan kan zeker. Een aantal maal per jaar passeer ik Eeklo, de stad waar mijn vader opgroeide en waar nog steeds een groot deel van de familie woont. Omdat ik gisteren toch te vroeg was voor mijn afpraak liep ik even langs bij  het graf van oma en opa, op het oude deel van het kerkhof. 1912-1983 staat er onder Richards naam. Ik had er nog nooit echt bij stilgestaan, maar vandaag maakte ik het sommetje. Mijn vader was pas 39 toen hij zijn vader verloor. Plots, zonder aanleiding, op reis in Spanje. Eind augustus wordt ik zelf ook 39. Op zo’n momenten voel je toch een hechte band met je ‘voorvaders’, je roots, of hoe je het ook wil noemen. En ook al waren zij op hun beurt ook inwijkelingen uit het naburige Maldegem, toch heb ik het gevoel dat mijn wortels ergens verstrengeld zijn met deze van de grote beuken op het kerkhof van Eeklo.

Voor het eerst ben ik ook langsgeweest bij de sobere gedenksteen voor (nonkel) Luc. Ondanks het zonnetje en het warme briesje kreeg ik toch weer kippenvel. We zijn nu bijna tien maanden verder, maar nog dagelijks kruist hij mijn gedachten, vaak in kleine, alledaagse dingen. Gisteren bijvoorbeeld las ik een artikeltje over Simon and Garfunkel. Het was nonkel Luc die ons hun muziek leerde kennen. In zijn eigen ‘living’ naast zijn slaapkamer, op de eerste verdieping bij oma, waar hij als vrijgezel woonde, had hij een collectie mooie platen, grotendeels bijeengesprokkeld uit Londen, het muziekmekka uit die tijd. De uren die ik daar, in dat kleine universum, spendeerde staan voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Op de terugweg luisterde ik naar Radio 1. Er werden vrijkaarten uitgedeeld, maar ditmaal niet aan Luc Roels uit Eeklo.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

vijf

Sunday, 13 June, 2010

Vijf jaar geleden werd Lena op vaderdag geboren. Wat een cadeau! Ik herinner me nog levendig hoe mooi ik haar vond toen ze voor het eerst op mijn buik lag, zo kort na middernacht. En nog steeds weet ze ons allemaal te charmeren, met haar guitig snoetje, haar open blik en haar enthousiasme. Nauwelijks te geloven dat dat kleine meisje al vijf wordt.

Ze keek reikhalzend uit naar de grote dag. Onze poes zou jongskes krijgen rond haar verjaardag, dus hoe dikker Joske werd, hoe dichter die verjaardag kwam. Maar Joske wachtte niet tot 12 juni, maar bracht haar kroost al op Finns verjaardag ter wereld. Een extra troef op haar verjaardagsfeest. Wie het even wat rustiger aan wou doen, wie wou uitblazen van het buitenspelen, het trapezeslingeren of het hangmatzwaaien, die ging gewoon even bij de kleine poesjes zitten. Want wie wordt niet vertederd door zoveel snoezigheid?

Het feest startte al om 12 uur en gelukkig brachten de genodigden de zon mee. Na een aperitiefje werden de buikjes gevuld met zelfgemaakte minipizza’s. Iedereen mocht kiezen wat hij erop wou. Een succesformule, want alle bordjes waren in een mum van tijd leeg. Sommigen schoven zelfs aan voor de tweede ronde. De gaatjes werden nadien nog opgevuld met een ijsje, een koekje of een snoepje. Het is per slot van rekening niet elke dag feest.

20100612_verjaardag lena_00220100612_verjaardag lena_00820100612_verjaardag lena_01320100612_verjaardag lena_01520100612_verjaardag lena_02020100612_verjaardag lena_025

Of toch? Ook vandaag, op zondag, ging het vieren verder.  De familie mocht deze keer aan de feesttafel aanschuiven. Op Lena’s verzoek werd er chocoladetaart met aardbeien en rijsttaart gebakken. Er werden liedjes gezongen voor onze twee jarigen, kaarsjes uitgeblazen en cadeautjes opengemaakt. Gelukkig bleef het ook vandaag droog en mochten de mooie feestslingers in de perenbomen blijven hangen.

En morgen wordt de feestmarathon afgesloten met een feestje in de klas. De chocoladecake staat klaar, evenals de ingrediënten voor de ‘fruitbroketjes’ [zoals Lena fruitbrochettes steevast blijft noemen], het klascadeau, door Lena vakkundig uitgekozen, is ingepakt. Het grote, zachte konijn uit de verjaardagskoffer wordt nog eens extra geknuffeld en mag een laatste keer bij Lena in bed. Morgen moet hij terug in de koffer, terug naar school. Tot volgend jaar.

keuzes maken

Monday, 7 June, 2010

Neen, dit stukje gaat niet over de verkiezingen, al neem ik aan dat u zondag allemaal een juiste keuze maakt, maar ik zal wijselijk in het midden laten welke dat dan wel zou zijn. Het gaat over iets waar ik tijdens het strijken over nadacht. Strijken verruimt de geest, wist u dat?

Ik moest denken aan wat een vriend vorige week zei toen ik vertelde dat ik ook voor het volgende schooljaar loopbaanonderbreking aangevraagd had. Zijn gevat antwoord was: “Welke loopbaan?” In onze prestatiegerichte maatschappij valt het inderdaad op als je niet brandt van ambitie om het in een of ander vakgebied te maken. Je bent wat je doet, niet? In een lang vervlogen tijd droomde ook ik van een opgemerkte academische carrière – Engelse literatuur was toen mijn ‘dada’ – maar onderweg kwam ik Geert tegen en mijn prioriteiten verlegden zich. Ik wist al heel vroeg dat ik graag kinderen wilde en dat ik daar dan ook volledig voor wou gaan. Ik weet wel dat veel vrouwen – soms noodgedwongen – kinderen met een fulltime job combineren, maar zelf had ik daar helemaal geen zin in. Het werd dus een veilige job in het onderwijs, heel ambitieus kan je dat niet noemen. Maar het heeft er onder andere mee te maken dat ik veel tijd wil om bij de kinderen te zijn. Want hoe je het ook draait of keert, hoe goed de opvang ook mag zijn, kinderen willen het liefste zoveel mogelijk bij hun mama en papa zijn. Qualitytime ter compensatie van je afwezigheid blijkt toch niet de toverformule, zoals sommige studies aantonen. Opvoeden vraagt gewoon veel tijd.

De zorg voor ons groot gezin houdt dus in dat mijn zogenaamde loopbaan op een laag pitje staat. Dat is een keuze die ik maak en waar ik volledig achter sta, ook al is ze helemaal niet hip. Dat we daardoor financieel een pak inleveren en onze levensstijl daar dan natuurlijk aan aanpassen wordt soms wel eens over het hoofd gezien. En dat thuis zijn niet hetzelfde betekent als vakantie hebben gemakshalve ook. Wat was dat ook alweer van dat groene gras?

En dan maak ik me de bedenking dat het voor de moderne mens toch zo moeilijk is om keuzes te maken en daar tevreden mee te zijn. Want kiezen voor iets betekent natuurlijk altijd dat je iets anders verliest. Zou het aan het grote aanbod, aan onze tijdsgeest of gewoon aan een zekere gulzigheid liggen dat we het verleerd zijn om keuzes met heel ons hart te maken? Of is het vermogen om tevreden te zijn met wat je wél hebt karaktergebonden? Zo had Cas tijdens het schoolfeest bijzonder veel moeite om te kiezen tussen taart of een suikerspin. Hij bleef maar twijfelen en van gedacht veranderen, heen en weer geslingerd tussen de twee verlokkingen. De keuzestress was van zijn gezicht af te lezen. Marthe daarentegen ging resoluut en blijgezind voor de suikerspin. Grote dilemma’s in het klein. Altijd geweten dat opvoeden bijzonder boeiend was, niet dat kinderen ons zo vaak een spiegel voorhouden.