Tuesday, 10 August, 2010
Collega’s R. & S. delen dezer dagen in hun overvloed. Ze verhuisden in het voorjaar naar een ‘kast van een huis’ in Gentbrugge en zijn de trotse eigenaars van een heuse tuin. Daarin staat nu een pruimelaar die zijn heerlijke vruchten te graai geeft.
Of ik daar weg mee wist, met een zakje reine claudekes, wou S. ? Natuurlijk. Ik dacht meteen aan een zeer eenvoudig rechttoe rechtaan recept: een clafoutis, een Frans gebak dat traditioneel lauw geserveerd wordt. Oorspronkelijk werd het gemaakt met kersen, maar die kan je door allerhande fruit vervangen.
In plaats van S. een papiertje met het recept onder de neus te schuiven dook ik, samen met de camera, nog eens de keuken in voor een kleine praktische proef.
wat klets je er allemaal in?
- 100 g bloem
- 100 g (riet)suiker
- 4 eitjes (vers vanonder de poep van de kip gehaald)
- 300 ml (half)volle (bio)melk
- 25 g goeie boter
- een flinke schep poedersuiker
- een snufje zout
- 700 g pruimkes
- voor de alcoholiekers onder ons, een geut rum/whisk(e)y/…
aan de slag !
Laat alvast de oven voorverwarmen op 200°C. Halveer en ontpit de pruimen. Zo, het moeilijkste is achter de rug. Vet een taartvorm van om en bij de 25 cm diameter en zo’n 3 à 4 cm hoog goed in en schik de halve pruimen erin. Verwarm de melk met de rest van de boter en laat dit wat afkoelen. Meng de bloem, suiker en zout in een royale beslagkom en breek de eitjes er één voor één bij, telkens goed omroerend. Geef nog eens een extra draai aan het mengsel met je klopper [garde voor de puristen] en voeg zachtjes het melk-botermengsel toe. Giet nu het deeg voorzichtig over de pruimpjes en zet de schaal in de oven voor een goed half uur.
Als je ziet dat de clafoutis mooi gebruind is haal je hem uit de oven en laat je hem even afkoelen. Bestrooi met wat poedersuiker, snij aan en serveer aan uzelve en/of uw gasten.






Monday, 9 August, 2010
Sommigen zullen dit erover vinden, en ik geef toe, het heeft een hoog geitenwollensokkengehalte, maar onder het pretentieuze motto van tv-klusser Roger “wat je zelf doet, doe je meestal beter” heb ik gisteren seitan gemaakt. De seitan uit de winkel bevalt mij en de kinderen nooit helemaal en om het toch nog een kans te geven, wou ik het eens zelf proberen. Het was gisteren geen weer voor uitstapjes of lezen in de hangmat en met maar twee van de vier kindjes thuis [de meisjes zijn bij opa en oma aan zee] heb ik, bij manier van spreken, zeeën van tijd. De kelder was al opgeruimd, de zolderkasten aan een grondige inspectie onderworpen en wat doe je dan als je niet zoveel om handen hebt? Juist, in de keuken aan de slag gaan. Ik althans. Het ideale moment om zo’n arbeidsintensief werkje uit te proberen, want geert was met de zonen op wandel. Moeilijk is het zeker niet. Je hebt alleen broodbloem en sojasaus nodig. Aangezien hier nog steeds zes broodjes per week de oven ingaan, moest ik maar naar onze ‘kleine colruyt’ gaan om mijn benodigdheden. Negen trappen af, negen trappen op.
Seitan is eigenlijk niets meer dan de eiwitrijke gluten uit harde tarwe- of speltkorrels. Hoe ga je te werk? Je mengt de bloem met water tot je een bal krijgt en laat dit wat rusten. Nadien deel je de bal in stukken en spoel je het zetmeel eruit door te kneden onder stromend water. Dit deel neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Het is gratis zen, eenvoudiger en goedkoper dan yoga. Met één blik op de tuin en in gedachten verzonken blijf je kneden tot de bal uit elkaar valt om nadien terug aan elkaar te kleven en te veranderen in een gele, taaie, kauwgomachtige bal. Dit kook je dan gedurende een uurtje in water met veel sojasaus en kruiden. Je kan het zelfs invriezen met wat kookvocht. Maar hier maakten we er vandaag een lekkere seitanstoverij van. Met frietjes!
Sunday, 8 August, 2010
Dit hing gisterennamiddag aan de kelderdeur. Naast de ‘kleine colruyt’ in onze kelder is sinds gisterenavond ook een ‘mini-bioplanet’ geopend. Door ons gewijzigd eetpatroon komen er de laatste tijd steeds meer producten in huis. De rayon droge voeding puilde zowat uit na de uitbreiding met groene, blonde en rode linzen, mungbonen, zeewier in verschillende vormen, kikkererwten, gierst, fijne en grove bulgur, polenta en kikkererwtenmeel, pompoen-, zonnebloem- en pijnboompitten, sesam- en maanzaad, hazel-, amandel-, wal-, cashew- en pindanoten, tofubrokken [neen, dat is niet voor de poes], …
Het werd dus een beetje teveel voor de kelderrekken en een oplossing drong zich op. Boven onze biervoorraad, in het smalle stukje naast de trap, was er nog een muur maagdelijk leeg. Daar werden nu ‘vakkundig’ een aantal schappen gemonteerd en zodoende verhuisde een deel van de ‘colruyt’ naar de ‘bioplanet’. Resultaat: in beide ‘winkels’ staat alles weer een beetje ‘ordentelijk’ gesorteerd en dit zorgt er voor dat we zelfs Cas dingen kunnen laten halen zonder een namiddag op onze producten te moeten wachten.






Sunday, 8 August, 2010
Wat doe je als je man abrikozen kocht en de kinderen er niet wild van blijken? Allemaal zelf opeten? Nee, taart van maken natuurlijk! In mijn favoriete kookboek van het moment, ‘Vegetarisch genieten’ van Miki Duerinck en Kristin Leybaert, vond ik een recept voor appeltaart met saffraan en kaneel. Ik verving de appels door abrikozen en strooide wat amandelpoeder op de bodem omdat ik geen zin had in voorbakken en de bodem zo toch lekker krokant zou blijven. Ook strooide ik er geen hazelnoten over, maar gehakte blanke amandelen. Maar het was een kleine taartvorm en ik had nog wat van het ei-room-suikermengsel over, dus nam ik twee appels uit de fruitschaal en maakte nog drie kleine appeltaartjes. Ook deze keer kon ik mij niet aan het recept houden en het leek me een leuk idee om op de bodem cruncho [ontbijtgranen uit de wereldwinkel] te strooien, en dat bleek een supergoede vondst. Ik koos hier wel voor hazelnoten, want hazelnoten en appel vormen een perfecte combinatie. Ook al was de abrikozen-amandeltaart lekker, het was toch vooral de appeltaart met cruncho en hazelnoten die scoorde.
Weet je wat, ik geef jullie het originele recept, dan kunnen jullie, net als ik, naar hartelust variëren en aanpassen.
voor het deeg
- 50 g boter
- 50 g rietsuiker
- 150 g bloem
- 1 ei
voor de vulling
- 25 g hazelnoten
- 1 dl room
- 2 doosjes saffraan
- 4 appelen
- 80 g boter
- 200 g suiker
- 1/2 koffielepel kaneelpoeder
- 3 eieren
Aan het werk
Verwarm kort de boter en de suiker (bijvoorbeeld in de microgolfoven) en vermeng en kneed alle ingrediënten voor het deeg. Leg de deegbol 30 minuten in de koelkast of 15 minuten in het vriesvak. Rol het deeg uit en bekleed er een ingevette taartvorm mee.
Rooster de hazelnoten in een droge pan en hak ze.
Verwarm de room eventjes en roer er de saffraan door. Laat het mengsel even staan zodat de saffraan kleur en smaak kan afgeven.
Schil de appelen en snijd ze in blokjes. Smelt de boter, roer er 5 eetlepels suiker bij en karameliseer hierin de appeltjes. Voeg de kaneel toe en neem de pan van het vuur. Verdeel de appeltjes over de taartvorm. Klop de eieren los en vermeng ze met de saffraanroom en de rest van de suiker. Giet dit mengsel over de appelen.
Bak de taart 15 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C. Strooi er de hazelnoten over en bak de taart nog 30 minuten verder op 180 °C.
Smakelijk!
Thursday, 5 August, 2010
Vanavond komt V. met kroost “Rostneus” ophalen. Ben eens curieus hoe iedereen erop zal reageren. Voor V’s kinderen is het nog een grote verrassing. Hier weten ze het al een paar dagen, maar ik vermoed dat er straks toch wel een traantje zal vloeien, zeker bij de meisjes, en ik voorzie dat Cas ‘s avonds nog eens naar beneden zal komen om te vragen of het poesje nu toch wel gelukkig zal zijn en of het zijn mama niet te veel zal missen. Het blijft een piekeraar, onze oudste zoon.
Om onze gasten iets zelfgemaakt hartigs voor te kunnen schotelen dook ik nog eens in één van de ’500′-boekjes en stootte op het recept voor ‘ansjovis & olijvenstengels’. Omdat ik het originele recept een beetje naar mijn hand heb gezet doopte ik ze ‘Italiaanse stengels’. En ik moet zeggen, ik ben er zeer tevreden over. Ze zien er niet alleen lekker uit, ze smaken ook heerlijk en de hele benedenverdieping geurde zalig.
Wat draai je erin
- 2 theelepels droge gist
- 3 dl warm water
- 500 g broodmeel (ik gebruikte wit biomeel van ‘t uithoekje)
- 2 theelepels suiker (grof rietsuiker in dit geval)
- een ‘goeie poot’ bruschettakruiden
- 1/2 theelepel zout
- 4 theelepels olijfolie
- 4 à 5 eetlepels fijngehakte zwarte en groene olijven
- 1 à 2 eetlepels fijngehakte kappertjes
- een klein blikje ansjovisjes, fijngehakt
Zo geprepareerd
De stengels worden gebakken op 200°C, dus verwarm de oven maar alvast voor. Leg op 2 à 3 bakplaten een vel bakpapier en strooi hier tarwegriesmeel of polenta over zodat de deegstengels niet blijven kleven. Kieper de gist bij het warme water en giet er 225 g van de bloem bij en de suiker. Roer dit even om, dek af en zet weg op een warme plek voor 20 minuten. Ondertussen doe je bij de rest van de bloem de olijfolie, de bruschetta kruiden en het zout in de kom van de keukenrobot. Kieper nu het gistmengsel bij de rest van de bloem en laat de foodprocessor alles een kleine 10 minuten kneden. Voeg af en toe wat extra bloem toe als je merkt dat het deeg te kleverig blijft. Kneed nog even met de hand na en leg de deegbal in een ingeoliede kom. Druppel ook wat olie over het deeg, bedek met huishoudfolie en laat het deeg verdubbelen in volume.
Sla het deeg nu plat en rol het wat uit. Verspreid de olijven, ansjovis en kappertjes over het deeg en druk ze er wat in. Vouw het deeg dicht en kneed voorzichtig. Rol het uit, bedek het met een handdoek en laat 10 minuten rusten. Met een deegrol rol je het deeg nu tot een dikte van ongeveer 1 cm. Laat de lap nog eens 10 minuten rusten en snij dan reepjes van ongeveer 1 cm breed. Plaats ze op de bakplaten met een kleine ruimte ertussen. Laat de bakplaten nog 10 minuutjes op een warme plek staan en bak alles 10 à 15 minuten in de oven.
Haal ze uit de oven, laat ze nog even afkoelen en geniet.






[ smaak: **** | presentatie: **** | bakgemak: ** ]