Is het u opgevallen, lieve lezer, dat er de laatste tijd minder frequent stukjes geschreven worden? Dat ligt niet zozeer aan een writer’s block of gebrek aan inspiratie, meer aan teveel-andere-dingen-te-doen en aan boeken lezen als al die andere dingen gedaan zijn. Want we – ik dus – lezen hier natuurlijk niet alleen kinderboeken, maar ook grote-mensen-boeken. Vooral ‘s avonds dan, het moment waarop ik anders al wel eens iets op de computer tik. Nu niet dus. Of toch wel, net nu wel, maar meestal niet. Nee, want dan lees ik nog wat verder in mijn boek. Deze week ‘Sprakeloos’ van Tom Lanoye. En daarna ligt ‘De laatste nacht in Twisted River’ van John Irving klaar. En ook ‘dieren eten’ van Jonathan Safran Foer schreeuwt om gelezen te worden, echt waar. Nochtans zit er ook veel te borrelen dat geschreven kan worden, we willen onze lezers immers ‘en courant’ houden. Maar we zullen zien wanneer de vulkaan uitbarst. En of de rook u hindert of niet.
Het was alweer veel te lang geleden dat ik me nog eens kon uitleven in de keuken. Koekjes bakken vind ik trouwens pure ontspanning. Een tijdje geleden botste ik op een rekje in onze eigenste Grand Bazar met daarop een reeks boekjes. 500 rode wijnen, 500 witte wijnen,… maar ook 500 koekjes. Al kon ik er geen gogo’s mee verdienen, het belandde toch in m’n mandje. Na een eerste visie flapperden er behoorlijk wat post-it’s aan het boekje.
Het eerste koekje dat ik probeerde was het pindakaaskoekje, maar hierover later meer. Deze middag had ik m’n zinnen gezet op het dubbele boterkoekje. Een koekje met een eenvoudig recept, maar door de vulling leek het me een ideaal, elegant zomerkoekje.
Hier alvast de ingrediënten en de bereidingswijze:
Wat heb je nodig
voor de koekjes
275 g goeie boter op kamertemperatuur
150 g zeer fijne kristalsuiker
een beetje extra zelfgebrouwen vanillesuiker
1 ei
mespuntje zout
300 g patisseriebloem
voor de vulling
25 g van dezelfde boter
75 g gezeefde poedersuiker
3 eetlepels volle platte kaas
4 eetlepels frambozenconfituur
beetje extra poedersuiker om te bestuiven
Zo maak je het
Klop de boter met de suiker en vanillesuiker tot een romige maar niet te luchtige massa. Kieper er het gehele ei bij en meng de bloem en het mespuntje zout eronder. Laat het allemaal mooi mengen tot je een mooi glad deeg krijgt. Kneed nog even na met de hand, draai in een folie en leg het deeg voor minstens een uurtje in de koelkast.
Ondertussen maak je de vulling. Daarvoor klop je het beetje boter samen met de poedersuiker tot een bleke romige massa. Roer er de platte kaas door en zet in een potje in de koelkast.
Warm je oven voor op 175 en haal het deeg uit de frigo. Rol het tussen 2 vellen bakpapier uit tot een dikte van ongeveer 3 mm. (Ik deed het in 2 beurten) Steek er rondjes uit van om en bij de 5 cm en leg die op een van bakpapier voorziene plaat. Aangezien de koekjes tijdens het bakken niet erg veel uitlopen is 2 cm tussen de koekjes meer dan voldoende. Bak ze voor zo’n 15 min en als ze mooi goudbruinig kleuren laat je ze afkoelen op roosters.
Eens ze wat frisser zijn kan je ze monteren. Neem een koekje en schep er een beetje van je vulling op. Het tegenoverliggend koekje bestrijk je met een beetje frambozenconfituur. Druk ze zachtjes tegen elkaar en leg ze mooi gespreid op een grote plaat (ik haalde ongeveer 40 dubbele koekjes uit het deeg). Bestuif ze met wat poederzuiker en serveer op je mooiste etagère.
Trommel wat oude nonkels en tantes op en zet hierbij een pot Engelse thee. Succes verzekerd.
[dit laatste moet nog proefondervindelijk getest worden]
Ik weet het, het is hier op het digitale front een beetje stillekes van mijne kant. Niet dat ik niet meer op/voor/achter de laptop zit ‘s avonds. Integendeel. Maar de tijd om erover te schrijven ontbreekt me een beetje. Tot nu: de meisjes spelen in de serre, Finn slaapt en Cas is met Marijke een verse lading broeken halen en het middageten (pastasalade met gerookte zalm, komkommer, uitjes en tonijn) staat klaar.
Als geëngageerde vader van drie kinderen op de leefschool durf ik me al eens een paar taken op de nek halen. Zo waren er de laatste tijd o.a. de lentewerkdag, het lentefeest, de voorbereidingen voor het leefschoolfeest en het avondspel voor GWP van de kinderen van de tweede leefgroep en daartussen ook nog wel de herwerking van de website en een aantal info- en vergaderavonden. Vaak sta ik dan in voor het ontwerp en de realisatie van het beeldmateriaal. Een ontwerpje voor een advertentie in de schoolkrant, een affiche of flyer, een powerpointontwerp, een fotoshoot of fotoreportage. Ik doe het allemaal met heel veel graagte, maar een mens steekt er behoorlijk wat tijd in. Dan moeten andere zaken een beetje wijken. Zodoende was het hier de laatste tijd een beetje stillekes.
Hieronder zie je onder meer de affiche voor het leefschoolfeest, de kabouters voor langs het kabouterpad, materiaal voor de plantjesverkoop, de dvd en hoes van het lentefeest, advertenties voor de lentewerkdag, de natuurouders en het praatcafé, de bomenkaartjes (25 stuks) en een paar voorbeelden uit de powerpoint voor het lentefeest (125 slides).
Lena is een poesje, een genieterke. Als ze ‘s avonds in pyjama op schoot kruipt, wordt ze graag over haar rug gestreeld. ‘s Morgens is ze de eerste om bij je in bed te kruipen, liefst zo dicht mogelijk tegen je aan, armpjes over je heen. Als ze ziek is, zoals vorige week, geniet ze ervan om alleen thuis te zijn met mama. Beetje tv kijken, puzzels maken, gezelschapspelletjes spelen of gewoon wat ‘rondscharrelen’ in je buurt. Aanhankelijk zonder veel aandacht te vragen. Wanneer ze ‘s avonds gaat slapen wil ze na het boekje graag nog eventjes naar Sunjata luisteren. Iedere avond, al weken aan een stuk, luistert ze naar Sunjata, altijd dezelfde liedjes. Van zodra de muziek start zie je haar dromerig wegkijken. Alsof ze met gedachten al in Mali is. Dekentje tot tegen haar kin, luisteren, genieten en in een mum van tijd is ze in dromenland. Nauwelijks te geloven dat ze zo’n slechte slaper was als baby!
Over draagdoeken had ik al eens geschreven, zo kort na Finns geboorte. Maar bijna een jaar later dringt een update zich op. Dragen met een groter en dus zwaarder kind is een ander verhaal dan wat rondhotsen met een borelingske. De tricot slen is terug naar Frankrijk, waar hij wacht op de komst van A’s tweede kind, de babybjörn gaat in dezelfde richting.
De ringsling van Mister Mirko is vooral in de zomer gebruikt, maar ligt nu wat te verstoffen in de kast. De buidelsling uit fleece daarentegen, door oma A. met behulp van een patroon van Mme Zsazsa gemaakt, wordt dagelijks tweemaal gebruikt om de kinderen naar school te brengen. Finn uit de auto, hup in de sling en hij gaat overal mee naartoe terwijl ik mijn handen toch nog vrij heb. Superhandig, superzacht, maar ook gigantisch warm. Ideaal voor nu dus, maar wellicht onuitstaanbaar in de zomer. Maar ook daar hebben we al een oplossing voor gezocht. Een zomers linnen stofje en een oma die kan naaien, meer heb je niet nodig.
Of toch. Een hele lange doek zoals de tricot slen, maar dan niet in tricot, maar in katoen. Zo kan een zwaardere baby met de juiste knooptechniek op buik, heup of rug gedragen worden. Het vraagt wat oefening, maar eigenlijk is het superleuk. Ontelbare filmpjes op Youtube, oa. van de onvolprezen draagdoekmama - Eva van de doekentheek - tonen de mogelijkheden van zo’n simpele lap stof. Zo heb ik vandaag in de tuin gewerkt met Finn op mijn rug. Ik voelde me net een Afrikaantje. Nog meer respect gekregen voor de vrouwen aldaar. En nadien heb ik mijn Girasol jungle aan de perenboom geknoopt als schommel voor Lena. Over veelzijdigheid gesproken.