Wednesday, 16 December, 2009
Vrieskou, rijm en een strakblauwe hemel; de voorbije dagen werden we getrakteerd op ouderwets winterweer. Ook al ben ik een echt zomermeisje, koning winter weet mij op zo’n dagen zeker te verleiden. De kou die bijt in je gezicht, het vooruitzicht van een warm huisje, de witte takken in de tuin, ik word er helemaal vrolijk van. Op weg van school naar huis, zei ik dan ook tegen de kinderen dat ik het zo’n leuk en mooi weer vond. Lena, vol ongeloof, antwoordde: “Leuk? Vind jij dit leuk weer, mama?” Ze was oprecht verbaasd. Hoe kon je vrieskou nu leuk vinden? En plots herinnerde ik me weer dat we vorige winter met z’n vijven – Finn nog in de buik – een stevige wandeling maakten en dat iedereen genoot van de natuur, de sneeuw, het schaatsen op de vijver,… behalve Lena. Zij vond die kou maar niets en sneeuw was stom. Is ze wel echt een dochter van mij?
Als kind keek ik altijd uit naar het moment dat mijn moeder mij zou wakker maken met de mededeling:”Marijke, vlug opstaan, het heeft gesneeuwd”. Toen ik groter werd herkende ik een sneeuwlandschap al vanuit mijn bed, het zachte, koude licht dat de kamer binnenviel voorspelde een mooi tafereel. Snel opstaan, warm onderhemdje, souspull, dikke trui en twee paar kousen aan, onderweg een boterham meegraaien en naar buiten. Soms tot het donker werd. Gelukkig moesten we van ons ma af en toe binnen opwarmen bij een kop chocolademelk. Ik herinner me sledetochten – ja, zelfs één keer de twee kilometer lange weg naar school – ontelbare sneeuwmannen, een iglo uit harde sneeuw, schaatsen en sneeuwbalgevechten. En dan verkleumd en vermoeid naar binnen, dicht bij het warme haardvuur. Zalig vond ik dat. En nog steeds kan ik helemaal opleven bij het vooruitzicht van een paar centimeter sneeuw!
Ik kijk al uit naar morgen…
Wednesday, 16 December, 2009
Lena is de laatste tijd behoorlijk kieskeurig geworden over wat er op haar bordje verschijnt. Nochtans krijg ik van de anderen aan tafel weinig klachten. Ze weet dat ze er altijd een beetje moet van eten, maar zelfs dat is soms moeilijk. Ze probeert ons – tevergeefs – met goede argumenten te overhalen:
Mama, eigenlijk wil ik niet groot worden.
- Ik krijg dat vlees zo moeilijk binnen. Het lukt niet om te slikken.
- Op de vraag waarom ze zo lang doet over een schepje spinaziepuree: maar mama, ik moet daarvoor geconcentreerd zijn.
- Waarom moeten we warm eten? Is een boterham met een eitje ook niet warm?
- Ik heb al cakejes gekregen op school, mijn buik zit vol, ik hoef echt geen eten meer, hoor.
En dan mogen wij daar in geen geval om lachen, want dan is ze boos om zoveel onbegrip. Ik denk dat ze al uitkijkt naar de tijd dat ze zelf haar potje mag koken. Of misschien ook niet.
Sunday, 13 December, 2009
Friday, 11 December, 2009
De eerste maal dat ik ervan hoorde moet ergens in mijn kindertijd geweest zijn. Op een gegeven moment hadden we eventjes een plaat van Elly en Rikkert in huis, het Oinkbeest. Waar die juist vandaan kwam, ik weet het niet meer, maar ik herinner me wel dat we er een – illegaal – kopietje van hadden op cassette. Naast de sprookjes van Koningin Fabiola en de ijskoningin was dit mijn lievelings ‘sprookje’.
Ooit schrijf ik nog wel eens hoe dit verhaaltje mijn leven bepaalde, maar nu even terug naar de les. Ergens halfweg het verhaal maken twee tovervrouwen hete bliksem klaar, met als gevolg dat iedereen, elfjes, gompies en oinkbeesten elkaar verstaan. In de verhaaltjesversie zit appelmoes, aardappel, kaneel en kruidnagel. Onze versie is iets eenvoudiger.
De ovenschotel wordt opgebouwd in laagjes. Ik start met het aanstoven van zo fijn mogelijk gesneden ui en voeg wat later het gemengd gehakt toe (eventueel kan je er ook wat fijn gesneden spek doorhalen). Dit vormt de onderste laag.

Daarboven komt een ferme laag heerlijke appelmoes, in ons geval geleverd door Opa en Oma Wachtebeke. Een variant kan zijn dat je hier fijngehakte appeltjes op legt, maar dan wordt de oventijd wel wat langer.

Ondertussen staan de aardappelen al op. Die kook je in lichtgezouten water. Persoonlijk hou ik niet zo van het ‘bloemen’ van de aardappelen na het koken, maar het helpt wel om een smeuïge puree te krijgen. Naargelang de stand van jullie cholesterol voeg je een goed klompje boter toe, wat melk en een eitje. Pureer tot je een mooie elastisch massa bekomt. Kruid af met zout of sojasaus en nootmuskaat.





Eens de bovenste laag is aangebracht overgiet je deze fijntjes met wat gesmolten boter (of voor de luie huisvrouwen: met vloeibare boter uit een knijpfles). Daarover strooi je wat ‘chapelure’ zodat dit na het bakken een mooi gouden korstje vormt.
Schep op en geniet van dit hoogst eenvoudige, smakelijke en sappige alleseizoensgerecht.
Thursday, 10 December, 2009
Jan Decleir was het niet, maar de hulpsint op school deed hard zijn best en na een geslaagd sinterklaasfeestje werd ook thuis een schoen gezet met tekeningen, suikerklontjes en aardpeertjes in – wat variatie zou Slecht-weer-vandaag wel waarderen. Geen bier voor zwarte piet deze keer, want, zo meende Cas, hij moest nog veel werken die nacht en zou misschien anders van de daken tuimelen. Vol spanning ging iedereen slapen.
Zaterdagmorgen, na de eerste ooh’s en aah’s, kreeg ik verschillende keren te horen dat de sint wel heel goed gekozen had. En Marthe heeft mij die dag wel 5 keer gezegd dat ze het jammer vond dat de sint nu al weg was, want ze had hem graag nog eens bedankt voor al het moois. Opzet geslaagd dus.
Maar wat bracht die goede sint nu eigenlijk? Bij iedereen iets wat op het verlanglijstje stond, lego en playmobil natuurlijk, maar ook een paar verrassingen. Voor de meisjes wat verkleedkleren, voor Cas Fantasia IV en een dinoboek, voor Finn een houten stapeltoren en een Weleda pakketje. Maar het mooiste dat sinterklaas uitkoos, volgens mij atlhans, is de regenboog van Grimm’s Spiel und Holz. Hij stond al lang op mijn lijstje, want hij is bijzonder mooi en decoratief, maar hij bleef telkens in de speelgoedwinkel staan wegens te duur. Aangezien de sint dit jaar geen echt grote cadeaus bracht, was dit het ideale moment. Geert aarzelde wat, want zouden ze daar wel veel mee spelen? En in eerste instantie dacht Marthe zelfs dat het voor Finn was. Intussen hebben ze de veelzijdigheid ervan ontdekt en laten ze hun creativiteit de vrije loop: ze zetten de bogen op elkaar zodat je een ijle toren krijgt, achter elkaar om knikkers of een poes door te jagen, in een cirkel als afsluiting voor playmobildiertjes, … Het is eerlijk en eenvoudig speelgoed waar je je fantasie moet voor gebruiken, duidelijk een buitenbeentje op de speelgoedmarkt, en daarom juist zo uitdagend en verrassend. Maar aan fantasie hier geen gebrek, dus dat zit wel snor. Benieuwd wat die regenboog nog allemaal zal worden…