Archive for November, 2009

van die keer toen ik de tandenfee een handje hielp

Sunday, 15 November, 2009

20091114_marthe_tand_001Marthe zit volop in de wissel van melk naar ‘echt’. Cas eigenlijk ook, maar die doet er iets langer over. Marthes linkse voortand stond al een tijdje los sinds de rechtse verdwenen is. Ze had er al aan zitten wriemelen en wrikken maar toch wou hij maar niet lossen. Sinds gisteren stond hij zo los dat boterhammetjes eten niet meer zo eenvoudig was. Zelfs met haar vervangsandwich had ze moeite. Gisterenavond vroeg ze me of ik hem er wou uittrekken, maar na een kleine ‘beroering’ van haar bijtertje en de bijhorende pijn, bedacht ze zich.

Deze avond, bij het tandenpoetsen, waren er opnieuw traantjes. De tand deed zeer en ze vond het zo ‘ambetant’. Opnieuw was er het verzoek. Maar dit keer had ik een kleine list. Ik merkte dat hij al heel erg los stond en wellicht nog met één puntje vastzat. Een kort ‘snokje’ zou al voldoende zijn. Maar alhoewel Marthe een behoorlijk hoge pijndrempel heeft wist ik dat ze uit schrik wellicht terug zou afzien van haar verzoek. Ik nam haar tand stevig tussen twee vingers en vroeg: Marthe, zal ik eens goed trekken? Omdat ze met haar mond open stond en ik met mijn vingers erin, kon ze niks zeggen, dus schudde ze hevig van ‘neen’.

Meer had ik niet nodig. Trots toonde ik haar de tand die ze eigenlijk zelf had ‘uitgeneend’.

prut

Sunday, 15 November, 2009

20091114_oorsmeer_opera_gent_003

Het stond al een paar jaar op m’n verlanglijstje, het muziekfestival voor een ‘jong en avontuurlijk publiek’, zoals de mensen van oorsmeer het zelf zeggen. Dit jaar paste het in de agenda en konden de drie oudsten mee, want er wordt gemikt op kinderen vanaf 4 jaar. Gelukkig trok de gutsende regen net voor de middag over en konden we, na een prik voor Marijke en mij, onder een stralend zonnetje de trein nemen naar Gent.

Op het programma stonden een kleine voorstelling ‘Slaap maar’ van ‘De Dagen‘ en de langere ‘Feedback’ van ‘Muziektheater Transparant‘. Over ‘Slaap maar’ kunnen we kort zijn. Ondanks de mooie setting, ergens op de vijfde verdieping van het immense gebouw, bleef het, door het gemis aan interactie tussen muzikante en het jonge publiek, een aaneenrijging van kinderliedjes gespeeld op viool, zonder onderliggend verhaaltje. Jammer, want er zat meer in.

20091114_oorsmeer_opera_gent_029Tussen de twee voorstellingen door hadden we voldoende tijd om de wedstrijd op te lossen. Daarvoor moesten we op zoek naar gekleurde silhouetjes die her en der hingen. Dit waren hints naar bekende kinderliedjes en met de eerste letter van alle liedjes kon je een woord vormen. Door de bereidwillige medewerking van een aantal ouders in de kinderopvang, waar ik trouwens verwelkomd werd door collega L., leidde dit al snel naar de – ietwat voor de hand liggende – oplossing: oorsmeer. Er werden tekeningen gemaakt [deel van de opdracht bij de wedstrijd], de meisjes werden geschminkt [wat bij Lena deze nacht - waarschijnlijk wegens een allergische reactie - voor gloeiende kaken zorgde] en gekeuveld.

Tot ik plots merkte dat luttele minuten later onze tweede voorstelling zou starten. We haastten ons naar de achterkant van het podium van de grote zaal waar we ons posteerden op de aangeboden kussentjes aan de onderzijde van de tribune. Hier wèl en zelfs zeer veel inbreng van het jeugdige publiek, met in één van de solo-hoofdrollen niemand minder dan Cas. Fier als geeneen was hij toen hij na een puike prestatie als coureur van dienst terug zijn kussen opzocht. Er werd genoten en gelachen en het uur was voorbij nog voor we er erg in hadden.

Er was nog net genoeg tijd voor een babbeltje met enkele oud-collega’s en het inruilen van onze wedstrijdformulieren voor een ballon. Om de hoek namen we de tram en tegen het avondeten waren we terug thuis.

Hieronder laat ik jullie even meegenieten van een zeker voor herhaling vatbare namiddag.

kelderopruiming

Saturday, 14 November, 2009

Ik ben een zoon van mijn ouders. En misschien meer nog een kleinzoon van mijn grootouders. Dit resulteert enerzijds in ‘hamstergedrag’ (vaders kant), maar anderzijds ben ik ook gezegend met een gezonde dosis ‘poetsdrang’ (al kan ik die zeer goed verbergen).

Ik verklaar me nader.

Opa Richard was een verzamelaar. Niet van sigarenbandjes of doodsprentjes, neen, eerder van alledaagse dingen zoals randjes van postzegelvelletjes, die hij gebruikte als tipp-ex avant la lettre. Of van lege wijnflessen, die minstens 2 rijen dik en manshoog, ergens achteraan de tuin lagen en waarvan het ‘waarom’ me tot op heden nog steeds niet duidelijk is. Van boeken die hij bij de ‘papierslag’ van een gewisse dood redde door ze te stockeren op zijn donkere zolder. Van Zunligt (Sunlight) zeep die niet per stuk, maar direct per kist werd gekocht.

Ook de kelder van mijn grootouders grossierde in veelheid. De bokalen met gesteriliseerde groenten stonden als bataljons een volgende oorlog op te wachten, terwijl een beenhesp de wacht hield aan het kelderhoofd, geflankeerd door enkele droge worsten. Voor de vrijdagen werd alvast haring opgelegd.

20091113_kelderopruiming_002

En als er dan toch geen nieuwe oorlog uitbreekt, dan kan je onverwachts bezoek toch iets deftigs voorschotelen. Ik proef nog de onderste boontjes uit de zwarte ‘kastrollen’. Bruin en blinkend van de boter waren ze. Of de yoghurt met verse appelsienen uit het netje in de veranda. Eens het netje neigde naar halfweg werd steevast een nieuw meegebracht van de donderdagse markt.

Zo zorgen mijn genen er dus voor dat ook onze kelder wat weg heeft van een voorraadschuur of een kleine Colruyt. Bij ons echter geen ingemaakte groenten. Jammergenoeg hebben we geen moestuin (meer) en beheers ik de kunst van het steriliseren niet. Ik moet me behelpen met het invriezen. Het is algemeen geweten dat ik graag in grote potten roer. Spaghettisaus voor één keer zal je me nooit zien maken. Twee derden van de saus belandt dan ook in de diepvries, ge kunt nooit weten dat er ooit een hongerige familie voor de deur staat.

Onze diepvries dateert echter nog uit de de tijd dat Kyoto een nobele onbekende Japanse stad was. We zeulden hem ooit in Gent de wankele trap op en na de verhuis naar Scheldewindeke doet hij nog steeds wat hij moet doen. Maar hij wordt moe. Zijn deurkes worden broos en hier en daar bemerk je een roestvlekje op zijn huid. Hij begint meer en meer op opa te lijken, die was ook getooid met heel wat ouderdomsvlekjes.

Een tijd geleden besloten we onze trouwe vrieskast in te ruilen voor een moderner, zuiniger en dus ook milieuvriendelijker exemplaar. Maar wat wil nu, alle nieuwe modellen zijn op zijn minst 60cm breed, terwijl onze huidige kelderbewoner het nog deed met 55. Ruimtelijk gezien stelde er zich een probleem in de kelder. Vlak naast de vriezer aan de linkerkant zitten twee opbouw ‘priezen’ en aanpalend aan de rechterkant vind je de afdeling ‘droge voeding’. Die staat netjes op houten rekken die voor de veiligheid toch met een paar stevige vijzen in de muur zijn verankerd. Ruimte maken voor ons Kyoto-model was dus niet zo eenvoudig.

Maar hier komen mijn moeders genen een oplossing aanbieden. Naar jaarlijks traditie wordt ook hier ten huize – net zoals in Wachtebeke, Beervelde of Gent – ‘van grote kuis’ gedaan. Dit jaar zijn we gestart op de zolder en hebben ons zo een weg naar beneden gewerkt. Maar we zijn blijven steken op het gelijkvloers. ‘t Is te zeggen: ik ben blijven steken. Want de kelder, dat is mijn terrein, en dat van een hele kolonie achtpotige diertjes waar Marijke toch niet zo gek op is. Naar het schijnt had ik ergens in de zomer beloofd dat die kelder voor 1 september ook wel zijn beurt zou gehad hebben. Maar kijk, het voederhuisje staat alweer in de tuin, de kachel wordt ‘s avonds terug aangestoken en de kelder stond er nog steeds onaangeroerd bij.

Ik nam dus gisteren een dag verlof, hing een bordje ‘gesloten wegens inventaris’ aan het keldergat en daalde af, gewapend met stofvod, borstel, stofzuiger, zaag, boormachine, pluggen, en wat ‘toernaviezen’. Een hele dag werd er uitgeleegd, gecontroleerd, gepoetst, geschoven, herschikt, afval gesorteerd,… Maar zie, tegen een uur of vier zag de kelder er terug uit als het winkeltje van Octaaf De Bolle.

Laat maar komen, die no-frost vrieskast met energieklasse A+.

aha-erlebnis

Friday, 13 November, 2009

20091103_finn_002

10 dingen die je vergeet als je uit de baby’s bent, maar die voor een aha-erlebnis zorgen als je weer eentje in huis hebt:

  1. dat de body’s van petit bateau weliswaar heel mooi zijn, maar o zo smal en bijgevolg bijzonder babyonvriendelijk om aan te doen (behalve hun body’s uit biokatoen, die zijn super!),
  2. dat baby’s altijd wachten met wat melk weergeven tot ze een proper slabbeke aan hebben. Of beter nog, tot ze helemaal aangekleed zijn en nog geen ‘bavet’ om hebben,
  3. dat baby’s zo lekker ruiken,
  4. dat kleertjes en pyjama’s uit één stuk vervelend zijn om aan en uit te doen,
  5. dat pyjama’s met voetjes nooit goed passen,
  6. dat baby’s pas rond vier, vijf maanden een voorspelbaar dagritme hebben waar je rekening mee kan houden als je afspraken vastlegt,
  7. dat het altijd een wankel evenwicht blijft en een spuitje, een verkoudheid of iets dergelijks dat ritme weer helemaal in de war kan sturen,
  8. dat je niet tot vijf maanden mag wachten om kleertjes maat 68 uit de kast te halen,
  9. dat je nooit trappelzakken teveel hebt,
  10. dat je van een baby moe, maar gelukkig wordt.

pap

Thursday, 12 November, 2009

Zouden er nog veel mensen zijn die karnemelkpap maken, vraag ik mij soms af, behalve oudjes en nostalgische zielen misschien? Ik betwijfel het. Karnemelkpap is onlosmakelijk verbonden met mijn kindertijd. Ik vlieg ruim vijfentwintig jaar terug en ik zit in de keuken. Mijn grootouders zijn naar de melkerij geweest en brengen 2 of 3 liter karnemelk mee voor ons. Terwijl ze even de tijd nemen voor een kopje koffie en een babbeltje, begint mijn moeder eraan. Wat karnemelk met wat bloem vermengen, alles bij de rest en dan roeren. Blijven roeren tot het net niet overkookt. Suiker erbij en de pap is klaar. Warme pap, soms met appeltjes, soms met rijst.

In mijn herinnering kregen we dat vaak op vrijdag, in een huis dat geurde naar schoonmaakproducten. Het was zeker iets voor in de herfst en de winter, voor op troosteloze dagen zoals vandaag. We aten daar dan gewoonlijk een boterham bij en als er over was dronken we dat ‘s avonds koud. Eigenlijk vond ik karnemelkpap koud het lekkerste.

En dus werd hier vandaag karnemelkpap gemaakt, want ik vrees dat ik één van die nostalgische zielen ben. Al ben ik voorlopig de enige in huis die het echt lust.