Nonkel Luc had ontzettend veel talenten en dichten was er één van. Vandaag herdenken we hem en hoe kunnen we dat beter doen dan door hier een mooi gedicht van hem te plaatsen.
herfst
de populieren tonen zich
buigend onder het geweld
van een herfststorm
de sterksten
daartussen staan wij
die nog zo weinig
moesten bewijzen
we zwijgen
terwijl de natuur
hels te keer gaat
en hopen dat we
sterk genoeg zullen zijn
zwijgen vloeit uit
in een omhelzing
en lijfelijk liefhebben
in innige warmte
tedere gloed
die de kilte buiten
doet vergeten
Finn wordt volgende week drie maanden. Vorig jaar zei ik nog dat ik graag een vierde wou, maar niet echt zat te springen om opnieuw een baby in huis te hebben. Wel, ik neem dat volledig terug. Ondanks de gebroken nachten en wat lastige darmkrampjes in maand twee valt het 100 procent mee. Dat zegt natuurlijk veel over de baby in kwestie. Finn lacht en kraait, kijkt en grijpt, eet en slaapt. De aanpassing van drie naar vier kinderen verloopt bijzonder vlot.
Hoe anders was dat vier jaar geleden bij Lena. Toen kregen we vaak de opmerking: “Een derde? dat zijn vaak gemakkelijke kindjes.” Niet dus.
Lena had koemelkallergie tijdens haar eerste levensjaar. Ze sliep slecht, huilde vaak tijdens het drinken en was humeurig. Kortom, ze zat niet goed in haar vel. Lena’s babytijd was dan ook echt wel een beproeving. Van kinderarts naar osteopaat en terug. En iedere keer hopen op beterschap, om een week later te moeten vaststellen dat je terug bij af bent. Pas toen ze negen maanden was en kon kruipen werd ze een vrolijke baby. Na de babytijd volgde dan nog een hevige peuterpuberteit. Nee, gemakkelijk was die derde zeker niet. Maar, om oma Annie te citeren: “Ge hebt er veel werk aan gehad, maar ‘t is toch goed gekomen.” Lena als vierjarige is vol levenslust, aanhankelijk, gehoorzaam en speels.
Het leek dan ook behoorlijk gedurfd om aan een vierde te beginnen. Maar we zijn positief ingestelde mensen en lieten ons niet van de wijs brengen door het doembeeld van een moeilijke baby. Bovendien, we hebben het bij Lena overleefd, in het slechtste geval zouden we een tweede ‘Lena’tje’ ook nog wel doorstaan.
Maar Finn lijkt op z’n broer, zowel fysiek als qua temperament. Cas was ook zo’n rustige, ‘contente’ baby. Het type van ‘ik heb honger, maar als het beter past wacht ik nog wel tien minuutjes en kijk ik nog wel even uit het raam’. Een droombaby dus. Eentje waar we al allemaal aan verknocht zijn. Kijk zelf maar:
Alhoewel 1 september voor ons nooit meer gewoon 1 september zal zijn, was het dat voor de kinderen gelukkig wel. Zij gingen dinsdag vol ‘goesting’ naar school. Alhoewel stap 1 voor Lena wat moeite kostte: uit bed komen. Onze kinderen zijn altijd vrij vroege vogels geweest, maar hoe ouder ze worden, hoe beter het hen lukt om nog eventjes in hun bedje te blijven soezen ‘s morgens. Tot 8 uur, soms zelfs tot half 9, daar konden wij vroeger alleen maar van dromen. Zalig is het wel, als je zelf een paar keer uit je slaap wordt gehaald, om je nog even in je warme bedje te kunnen omdraaien.
Maar vanaf nu staat de wekker weer om half 7: borstvoeding geven, opstaan, wassen en aankleden, kinderen wakker maken en aankleden, ontbijten en naar school brengen. En Lena, ons genieterke, kroop op 1 september nog eens diep in haar dekens, rolde zich op als een egeltje en wou dat iedereen uit haar kamer ging. Begrijpelijk. Na wat aandringen liet ze zich toch overhalen, al was het nog niet van harte. Dat duurde gelukkig maar tot de slaap uit haar ogen gewreven was en ze zag welk kleedje klaarlag voor die dag.
Marthe daarentegen stapte vol enthousiasme uit bed. Ze zou haar vriendinnetjes weerzien, ze mocht voor het eerst met haar nieuwe boekentas naar school en het was nu ook officieel: ze was geen kleuter meer. Marthe zal leren lezen, schrijven en rekenen, maar, zoals ze ‘s avonds de juf nazei: “Eén stapje tegelijk, mama!” En ze vertelde er trots bij dat het een superleuke dag geweest was. Oef!
Voor Cas veranderde er het minste, deze 1ste september. Een andere juf voor taal en rekenen en wat nieuwe kindjes in zijn leefgroep, waaronder zijn zus. Maar hij had er zin in. De laatste week van de vakantie had hij dat al verteld: “Vakantie is natuurlijk plezant, maar school is ook leuk, want ik zit op een heel toffe school en dan zie ik al mijn vrienden terug.”
Heb ik al gezegd dat we fantastisch leuke kinderen hebben?
Als nonkel Luc en tante Mieke langskwamen of wij in Eeklo waren en binnensprongen – iets wat veel te weinig gebeurde – dan kregen we daar altijd een warm gevoel van. Luc was wat je noemt ‘ne schone mens’, iemand met het hart op de juiste plaats. Joviaal, gul en oprecht geïnteresseerd in anderen. Vol levensvreugde. Een kind van zijn ouders en dus gekend door jan en alleman.
Net hij was zichzelf niet meer de laatste twee maanden. Het was geen zomer in zijn hoofd en het vooruitzicht van de herfst en de winter kon hij blijkbaar niet aan. Had iemand maar zijn gedachten kunnen lezen. En hem kunnen doen geloven in de lente.
Waarom geeft iemand de strijd op voor hij gestreden is? Waarom gooit iemand de handdoek in de ring? Waarom valt iemand naast het net dat vrienden en familie voor hem spannen? Waarom kan je de klok geen dag terugdraaien? Waarom?