Archive for August, 2009

hoog bezoek

Tuesday, 25 August, 2009

Komend weekend is het weer ‘Europese nacht van de vleermuis’. Vorig jaar zijn we, ‘t is te zeggen ik, Cas en Marthe en Nonkel P., voor die gelegenheid naar de turfmeersen in Moerbeke getrokken om er een avondwandeling van Natuurpunt bij te wonen. Het werd een leuke uiteenzetting voor jong en oud over de verschillende soorten vleermuizen die we in onze contreien tegen het lijf lopen. Daarna trokken we de meersen in, gewapend met ‘batdetectoren’, op zoek naar hun schuilplaatsen. Zo leerden we dat ze leven in holle bomen, oude schuren, bunkers,… maar door de doorgedreven renovatie en vooral ventilatie van de stallen voldoet een groot deel van hun rustplaatsen niet meer.

20090824_vleermuisverblijf_003Om de diertjes een handje te helpen kan je zelf een verblijfplaatsje in elkaar timmeren. Op een blauwe maandag, in afwachting van Finns komst, probeerde ik m’n ongeduld te onderdrukken door in het tuinhuis enkele oude zolderplanken op te diepen. Zonder veel plan zette ik er de ‘tsjef-zaag’ in, ramde er wat oude nagels doorheen en vees het geheel met enkele oude koperen vijzen aan ‘de muur van de gebuur’. ‘Et voilà‘, mijn goede daad voor de dag was alweer vervuld.

Zonder plan mag je bij deze opvatten als: er was niks uitgetekend, maar ik wist wel hoe het er moest uitzien. Je bouwt een rechthoekig doosje van ongeveer 20 bij 35 cm op een langere onderplank (om en bij 60 cm). Bovenaan maak je een dakje en onderaan maak je een gleuf van een duim dik (2,54 cm of iets daaromtrent). Je gebruikt best ongeschaafd en onbehandeld hout, hierdoor vergiftig je de diertjes niet en aan de ruwe planken kunnen ze zich makkelijker te slapen hangen. Monteer vervolgens het ‘bouwsel’ op een plek waar de vleermuizen makkelijk kunnen aanvliegen. Door het vrij hoog te hangen geef je hen de mogelijkheid om zich snel te laten vallen en zo op zoek te gaan naar voedsel.

Het heeft even geduurd, maar vorige week heb ik toch bedrijvigheid opgemerkt aan de keet. Hoera !

20090824_vleermuisverblijf_004Ben je ‘gebeten’ door de beestjes, lees dan op de site van natuurpunt alles over de komende activiteiten. Ons vind je zaterdagavond, als het tenmiste niet regent,  alvast hier.

uit de kast en op de post

Tuesday, 25 August, 2009

Ziezo. Het is beslist. De onschuldige kinderhandjes hier ten huize hebben een winnaar gekozen. Het potje werd zorgvuldig in hooi verpakt en het pakketje gaat morgen op de post. Hou dus vanaf nu jullie brievenbus in de gaten. We houden de spanning er natuurlijk nog even in, de winnaar mag zich via de commentaren bekend maken!

20090819_potjesloterij_01520090819_potjesloterij_01620090819_potjesloterij_01720090819_potjesloterij_01820090819_potjesloterij_01920090819_potjesloterij_020

Martha en Miel

Tuesday, 25 August, 2009

Vandaag zou mijn grootvader 92 geworden zijn. Vorige herfst is hij gestorven: ouderdom, alzheimer en het verlies van meme lieten hun sporen na. Hij was nog een schim van wat hij ooit geweest is. Meme had hem vijf jaar ervoor alleen achtergelaten. Kranig deed hij verder, zelf soep kokend van de groenten die hij in zijn moestuin verbouwde. Maar zijn verstrooidheid werd erger en toen hij de elektrische waterkoker eens – in mijn bijzijn, gelukkig – op het gasvuur had gezet, werd pijnlijk duidelijk dat het zo niet verder kon. Toen hij negentig werd hebben we dat nog samen met de hele familie bij hem thuis gevierd, iets wat pepe, zo zie je aan zijn gezicht op de foto’s, bijzonder veel plezier deed. En hem niet alleen. Maar enkele maanden later viel hij van de trap en hij is nooit meer thuisgekomen. Na het ziekenhuis volgde het rusthuis en daar zat hij te wachten. Hij vond dat het genoeg geweest was.

20080504__pepe_miel_nederzwalm_032

Ik mis hem soms wel, maar dan vooral zoals hij was toen meme nog leefde. Grappig, plagerig, soms dwars, maar dan was meme er altijd om hem wat bij te sturen of te sussen. En meme, die mis ik nog heel vaak. Regelmatig denk ik: dat zou meme moeten zien. Wat zou zij ervan zeggen dat wij, net als zij, vier kinderen hebben, en ook, net als zij, een zoon, twee dochters en een zoon. Alleen Cas heeft ze gekend. Ze vond dat hij mooie ogen had. Hoeveel meer plezier kun je je kleindochter doen. Ze heeft nog geweten dat er een tweede op komst was, maar de tumor in haar hoofd heeft ervoor gezorgd dat ze Marthe nooit gezien heeft. Toen we wisten dat het een dochter zou worden heb ik haar nog proberen vertellen dat we ze Marthe wilden noemen, naar haar, maar ze snapte het niet meer. De laatste maanden was ze meer plant dan mens en drie weken voor Marthes geboorte heeft ze het opgegeven. Hoe graag zou ik haar al onze kinderen eens laten zien…

20080504__pepe_miel_nederzwalm_01620080504__pepe_miel_nederzwalm_00720080504__pepe_miel_nederzwalm_01820080504__pepe_miel_nederzwalm_03720080504__pepe_miel_nederzwalm_04020080504__pepe_miel_nederzwalm_013

Ik praat regelmatig over meme Martha tegen de kinderen, ze weten dat dat oma’s mama is en dat haar foto in het boekenrek staat. Maar hoeveel ze voor mij betekende snappen ze natuurlijk niet. Ik heb een fijne kindertijd gehad, en zij, meme en pepe, maken deel uit van die zorgeloze jeugd. Als kind ging ik in de zomer af en toe bij hen logeren, samen met mijn nichtjes. En aan die vakanties, natuurlijke pure nostalgie, heb ik de beste herinneringen. Hoe we mochten kiezen wat we aten, hoe meme ons verraste met taart, pannenkoeken of ijs, hoe we in de schuur op zolder tussen het stro kropen, of lagen te zonnen op het plat dak boven de garage, hoe we, op het brugje, blaadjes en bloempjes in de beek gooiden om ze dan aan de andere kant van de brug te zien verschijnen, … Maar ook als we tieners waren, of nog later, volwassen, nooit kwamen we ongelegen. Er werd een boterham meer gesneden, er werden pannenkoeken of wafels gebakken en er werd koffie gezet.

Ze hoorden voor mij ook echt samen, meme Martha en pepe Miel. Ze plaagden elkaar wel eens, ze hadden wel eens woorden, maar altijd met liefde. Ja, zo wil ik met Geert oud worden en dan, zoals zij, op zomeravonden samen buiten zitten, genietend van de ondergaande zon.

in de zak

Monday, 24 August, 2009

cas_draagdoekToen Cas nog in mijn buik zat, kochten we bij Veronique Laureys van ‘t Geboortehuis een tricot-slen, een enorme lange draagdoek waarmee je je baby vanaf de geboorte comfortabel kan ronddragen. Ingenieus wikkel je die doek rond je schouders en middel en de baby zit in foetushouding dicht tegen je aan. Cas heeft daar veel in gelegen, ideaal voor in Gent, want winkels zijn niet altijd aangepast aan brede kinderwagens. We hadden er veel bekijks mee toen, zelfs in Gent. Mensen vroegen of daar iets inzat, in dat bundeltje, en of dat baby’tje daar wel gemakkelijk in lag. Nu is de tricot-slen en de draagdoek in het algemeen volledig ingeburgerd, maar 8 jaar geleden zag je ze nog niet zo veel. Wanneer Cas wat groter werd schakelde ik over op de alom gekende babybjörn, omdat die zeer snel aan en uit gaat, maar een dagtocht met een zware baby zal je daar niet mee maken. Dus toen Cas stevig rechtop zat gebruikten we vooral onze buggy.

De babyproductenmarkt kende intussen een serieuze boom, je houdt het niet voor mogelijk wat er nu allemaal te koop is voor zo’n kleine mensje. Ook bij de draagdoeken is het moeilijk de bomen door het bos nog te zien. Er zijn zoveel verschillende, degelijke, mooie draagdoeken en -zakken op de markt en allemaal hebben ze zo wel hun voor- en nadelen, dus de keuze is moeilijk.

Toen we wisten dat Finn op komst was, ben ik me dan maar eens gaan verdiepen in de verschillende types. Want hoewel de tricot-slen ergonomisch verantwoord en vooral veelzijdig is, is hij toch wat omslachtig in gebruik. En met vier kinderen is ‘snel en gemakkelijk aan te doen’ uiteraard een zeer belangrijk criterium. Mijn oog viel dus op de ringsling, een doek met twee ringen die je gewoon kruislings draagt en waarmee baby’s zeer comfortabel op de heup gedragen worden. Dit weekend is hij door Finn uitgebreid getest en goedgekeurd. Ik had de doek mee naar het feest op de diggieboerderij in Brakel en aangezien de weide nogal hobbelig is voor een kinderwagen (en die al snel gevuld werd met boekjes en spulletjes van de rommelmarkt) kwam de ringsling goed van pas. Finn keek wat rond, wriemelde wat en viel in slaap. Volgens mij maakte de doek zelfs deel uit van een verborgen dresscode, want ik heb er heel wat mama’s met draagdoeken gezien.

Maar mijn oog viel niet alleen op de ringsling, nee, ook de buidelsling, de mei tai, de madame zsazsa,… leken een aanwinst. Waarop Geert vroeg om eens te tellen hoeveel ik er nu eigenlijk had. Tja, opperde ik, misschien moet ik diegene die ik niet vaak gebruik verkopen? Dus als iemand interesse heeft in een zandkleurige tricot-slen of een bordeauxkleurige Babylonia backpack - tegen een zacht prijsje – roep dan maar in de commentaren. Zo maak ik plaats in de kast voor de mei tai die ik via 2dehands op de kop wist te tikken. En Finn? Die laat zich gewillig als proefkonijn gebruiken.

wiebertje²

Sunday, 23 August, 2009

Deze morgen, even na negenen, stond ik, gewapend met diepgronder en schop, een putje te graven voor Wiebe. We kozen een rustig plekje, achter het kleine haagje aan het tuinhuis. Ik had al een tijdje in de mot dat ons Wiebertje, zoals Lena onze oudste poes steevast noemde, niet meer de oude was. Ze was echter wel veel aanhankelijker de laatste maanden en ik mocht haar zelfs rustig op m’n schoot nemen, waarna zij steeds behaaglijk begon te spinnen.

wiebe

Bij onze terugkeer van de boerderij duurde het even voor we ze terugvonden. Niet dat ze die week verwaarloosd werd, oma Annie zorgt zeer goed voor de poezen, maar misschien miste ze ons toch. Uiteindelijk vond ik haar op de bovenste verdieping van de speeltoren, alias de boomhut. Nadien ging het steeds verder achteruit. Ze had last van een verkoudheid die haar een loopneus en een tranend oog bezorgde. Maar ze jammerde niet en ze genoot nog steeds van onze aanwezigheid als ze tussen de buxusbollen aan het houten terras lag te soezen.

Een week geleden werden we wel heel erg ongerust. We hadden Wiebe al een aantal dagen niet meer gezien. Onze buurman T. zei dat hij haar langs de straat had zien ‘lopen’, manken was het meer. Dat verontrustte ons natuurlijk, want Wiebe is geen ‘straatvaan’. Ze durft al eens langs achteren bij de buren gaan, en zelfs af en toe tot aan T.’s paarden, maar naar de voorkant hebben we ze nooit weten lopen.

wiebeVrijdag belde Marijke me op het werk om te vertellen dat Wiebe terug thuis was gekomen, maar dat ze er erg aan toe was. Ze wankelde, was moe en lusteloos en had een bult op haar kop. Maar ze spinde nog steeds. Ze sliep beurtelings op het matje en op de tegelvloer van het toilet, waar het rustig was. Toen we ‘s avonds met haar in een dekentje naar de ‘dierendokter’ wandelden gaf ik haar niet veel hoop meer. Maar de dierenarts wou haar nog niet zomaar opgeven. Ze had wellicht gevochten en zich niet meer kunnen verdedigen. Die wond tussen de ogen was een ontstoken krabwond en die veroorzaakte ook haar evenwichtsstoornissen. Ze had dus niks gebroken. Maar ze was wel enorm uitgedroogd en verzwakt. Hij gaf haar een sterk antibioticum, verzorgde en ontsmette haar wond en stuurde ons terug naar huis met de opdracht haar veel te laten drinken.

‘Veel’ dronk ze niet, maar ze deed haar best om af en toe van het voorgeschotelde water en melk te likken. ‘s Morgens heeft ze nog even rondgelopen in de keuken, wellicht omdat ze buiten wou. Wiebe heeft nooit in huis geplast, en een kattenbak staat er niet meer sinds ze een buitenpoes werd. De afspraak met de dierenarts van kwart voor twaalf haalde ik niet, want ik zat met de drie oudsten op de rommelmarkt. Achteraf vond ik het heel jammer, want nu moest Marijke op eigen houtje beslissen. Een beslissing die ik daags voordien al in gedachten had en waarvan we de kinderen ook op de hoogte hadden gebracht. Maar Marijke had het er toch moeilijk mee, zeker omdat ze Wiebe na het spuitje niet kon vasthouden omdat Finn in de draagzak zat.

Al spinnend heeft Wiebe ons verlaten. Deze ochtend hebben we ze in stilte van de garage naar de tuin gedragen. Na een laatste aaike, ze was nog even zacht als altijd, wikkelde ik haar in een dekentje en legde haar voorzichtig op de bodem van de put. De put werd gevuld en een steen en stokje houden voorlopig de wacht.