Geert vond dat ik eens een postje over Wiebe moest schrijven. En gelijk heeft hij, ze verdient het. Wiebe is al 15 jaar lang mijn viervoetig maatje.
Toen ik 19 was en op kot zat, miste ik een huisdier. Thuis had ik al mijn hele leven poezen gehad en de gezelligheid en huislijkheid die zo’n poes met zich meebrengt wou ik ook op mijn kot. Mijn moeder zag vooral praktische bezwaren (wie verzorgt die poes in het weekend en in de vakanties, zo’n beest zou in de stad snel omvergereden worden,enz.). Maar voor alles was wel een oplossing te vinden. Boven mij woonde een acteur die ook graag dieren zag en in het weekend de poes kon verzorgen, in de vakantie was ik regelmatig in Gent en op kot was vrij veel ruimte, dus kon ik er een echte ‘binnenpoes’ van maken. Ik dus op 1 mei 1994 naar de beestenmarkt, waar toen nog poezen verkocht mochten worden. Mijn oog viel op een klein tijgerke, zo klein dat ze wellicht geen 6 weken oud was. Ze was vooral bang, maar met wat geduld zou ik haar wel tam krijgen. En dus liep ik met mijn miauwend doosje van de Oude beestenmarkt naar de Langemunt, waar de poes zich op mijn kot al snel verstopte achter de koelkast. Er was inderdaad wat tijd nodig om haar vertrouwen te winnen, maar eenmaal verkocht, was ze al snel niet meer van mij weg te slaan. Ze sliep op mijn bed, ze sliep tijdens ‘de blok’ op mijn cursussen, dicht bij mij (af en toe moest ik ze verschuiven om een woord te kunnen lezen) en ze kwam dartel naar de deur als ik thuiskwam. Ik noemde haar Wiebe (een jongensnaam, maar voor een poes vind ik dat je wat flexibel mag zijn), naar een personage uit het boek ‘buitenstaanders’ van Renate Dorrenstein.
Maar zoals dat gaat met huisdieren moeten ze altijd het onderspit delven als er een lief/man en, erger nog, kinderen op de proppen komen. Na onze verhuis naar Scheldewindeke kreeg Wiebe nog de keuze: buiten of binnen, maar al snel maakten wij de keuze voor haar. Van binnenpoes is Wiebe dan maar – gedwongen – een buitenpoes geworden (teveel poezenhaar overal, onveilig met baby’s in bedjes,…). En, het moet gezegd, alle veranderingen heeft ze zonder morren doorstaan. Chapeau!
Wiebe was eigenlijk nooit een ‘schootjespoes’. Ze wordt graag geaaid, maar blijft liefst met beide alle poten op de grond. En zoals de meeste poezen is ze nogal eigenwijs. Toch is ze ook bij de kinderen favoriet, zeker nu ze met ouder worden aanhankelijker en gewilliger wordt. Nochtans hebben we ook een jonge, speelse poes, maar die is ook voor de kinderen te grillig van karakter, te onvoorspelbaar. Lena durft er soms niet voorbij stappen, en dat zegt al veel. Maar Wiebe, of Wiebertje zoals Lena haar noemt, kan op veel sympathie rekenen. En dat ze al wat slomer wordt, en bijna doof is, ach. 15 x 7 = 105, hoe zouden wij eraan toe zijn op die gezegde leeftijd? En volgens Lena is Wiebe de liefste poes van allemaal!





