“De voorziene bevallingsdatum” is een begrip dat ik nooit echt begrepen heb. Alsof een zwangerschap een exacte wetenschap is. De datum wordt de eerste keer gegenereerd door koortsachtig aan een kleinood met rondekes te draaien, een soort parkeerschijf. Genoteerd in het moederboekje lijkt het een soort ‘vervaldatum’. Bij de vorige zwangerschappen heb ik die datum dan ook nooit onthouden. Ik verving hem door een relatiever begrip. Begin oktober, midden februari en midden juni waren de data die bij Cas, Marthe en Lena ergens in m’n geheugen werden opgeslagen. Cas zag, zo bleek bij nazicht van het moederboekje, klop op “zijn dag” het levenslicht. Marthe heeft het gelukkig iets langer getrokken, want zij was ‘berekend’ voor valentijnsdag. Wat de exacte dag van Lena was zou ik zelfs in de verste verte niet meer weten. Maar ik ging er vanuit dat het weer in het weekend zou zijn (Cas kwam op een zaterdag, Marthe op een zondag), en na een blik op de kalender kruiste ik 12 juni aan. Groot was dan ook de verbazing toen we op 11 juni rond 10 uur ‘s avonds naar Sint-Lucas togen, om enkel uren later (het was ondertussen zondag 12 juni geworden) Lena voor het eerst te mogen aanschouwen. Was het mijn zesde zintuig, mijn mannelijk intuïtie, wie weet? Wat het ook was, het liet me ditmaal behoorlijk in de steek.
Voor Finn kregen we niet onmiddellijk een eensluidende datum. Het ‘draaiding’ gaf 25 mei aan, de eerste echo stelde die datum bij naar 4 juni. Maar aangezien het ging om een vierde zwangerschap en de andere kinderen nooit ‘over tijd’ gegaan zijn, zetten we onze gedachten op het laatste weekend van mei. Regelingen werden getroffen: de kinderen gingen bij oma Annie & opa Chris, wij hielden het hele weekend maagdelijk in onze agenda’s. Ik werkte zoveel mogelijk zaken af en plande m’n vaderschapsverlof voor de komende weken. Maar op vrijdag kwam er nog geen beweging in de buik.
Toen er zaterdagmiddag nog niks ‘aan de gang’ was werd de trukendoos voor de eerste maal bovengehaald. Een wandelingetje tussen de velden, schweppes, ananas, de hele reutemeteut. Tijdens de wandeling werd licht geklaagd over harde buiken en af en toe een wee, maar niet van die orde dat de trip diende te worden gestaakt. Bij aankomst thuis bleken die symptomen echter al snel weer te verdwijnen. ‘s Avonds dan nog maar een wandeling, ditmaal niet meer in het dorp, hier op den buiten kom je niet makkelijk meer ongezien op straat, zeker niet met een ‘tonneken’, dus werd er uitgeweken naar het nabijgelegen Dikkele. Dat gaf ons nog het voordeel dat we een lange hobbelige kasseiweg over moesten, helaas zonder effect. De stevige wandeling zorgde weer voor harde buiken en weeën van een iets sterkere soort. Een ‘schwepske’ op het terras van café Casino zou het definitief startsein kunnen zijn, helaas… ook die nacht hebben we zeer goed geslapen.
Zondag: gewandeld/geslenterd op de rommelmarkt van Velzeke, de trappen naar het provinciaal archeologisch museum genomen, schweppes gedronken (er werd ondertussen overgeschakeld op de lightversie), ananas gegeten, ‘s avonds nog een stevige wandeling, nu door het desolate hinterland van de stationsstraat. Jammergenoeg verspreidt het nieuws van een nakende geboorte zich sneller dan de woestste bosbranden in Australië. “Allé jong, loopte gij hier nu nog” … “is’t om het wat te laten zakken?” … “oe? moeste gij nog niet bevallen zijn?” We konden geen dorpsgenoot kruisen of we kregen het te horen. Dus wij maar onverzaakt terug naar huis voor een laatste glaasje schweppes (dju, had ik hier nu google-advertenties laten zetten op de site, ik was al rijk). En voor je denkt: er zijn toch nog andere middeltjes, wel, ook die hebben we geprobeerd, maar dat hangen we natuurlijk niet aan jullie neus.
Ondertussen was het al maandagmorgen. De kans dat het nu wel eens D-day zou kunnen zijn werd natuurlijk met de dag groter. Na een bezoek aan een vriendin in Gent en een wandeling (of wat dacht je) togen we terug naar Scheldewindeke. De wandelingen werden nu lastiger en de buiken harder. Stilte voor de storm dachten we. Op tijd in ons bedje, want het zou vannacht wel eens een korte nacht kunnen worden.
Echter, vogelgezang en priemende zonnestralen waren het die ons wekten. Ondertussen lag mei ook al meer dan een dag achter ons. Vandaag op controle bij de gynaecoloog. Heidi, de secretaresse die Marijke de week ervoor diezelfde dag nog zag bevallen, “ik zie het aan uw gezicht”, keek licht verbaasd op toen ze de deur opende. Ingrid controleerde en zag dat alles nog oké was daarbinnen: nog niet te zwaar, voldoende eten en drinken,… Alleen, weken mocht het toch niet meer blijven duren, dus werd een afspraak gemaakt om, indien nodig, de natuur een handje te helpen. Ik suggereerde snel maandag 8 juni, al was het maar om Marijke niet de kans te geven vroeger te kiezen.