Archive for June, 2009

Alles is relatief

Wednesday, 10 June, 2009

Deze avond aan tafel:

  • papa, heb jij vandaag broertje gezien [lena]
  • ja, ik heb deze morgen en daarstraks finn gezien
  • en is hij al een beetje gegroeid? [marthe]
  • en heeft hij nu al wat meer haar? [cas]

alles is relatief, ook de tijd, maar er zijn grenzen natuurlijk.

Benieuwd naar morgen.

Finn is het liefste broertje van de héééle wereld [lena op de terugweg]

Tuesday, 9 June, 2009

Het was even puzzelen, maar we zijn er toch in geslaagd: tussen school en zwemles een eerste bezoekje brengen aan hun nieuwe broer. Finn zag rond half een ‘s middags het levenslicht, maar het duurde toch nog even voor moeder en kind de ‘huislijke verloskamer’ ruilden voor een standaard eenpersoonskamer in straat 4. Na het uitpakken van het hoogst noodzakelijke, Marijke wil zo snel mogelijk terug naar huis, sjeesde ik richting leefschool.

Leuk was het om ditmaal de vele vragende blikken van de ouders op de speelplaats te kunnen beantwoorden met: “Ja, hij (iedereen wist al dat het een jongen zou worden) is eindelijk geboren.” Lena had ‘s morgens al aan haar juf verteld dat het broertje vandaag zou geboren worden. We hadden hen uitgelegd dat de dokter mama een beetje zou helpen om broertje te laten geboren worden. De naam wisten Marthe en Lena nog niet. Cas wel, we hadden ons ooit eens versproken en hij had het gehoord, ook al lijkt hij soms zo doof als een oude schoorsteen en was hij ondertussen verdiept in een of ander boek.

Toen ik Lena naar me toe zag lopen was het eerste wat ze vroeg: “Is broertje geboren?” en “Hoe heet hij nu’?” (met mooi aangeblazen ‘h’s'). Finn vond ze een mooie naam, en het lijkt een beetje op Findus (onze jongste poes werd vernoemd naar de poes van Pettson & Findus) zei ze er nog gauw bij. Ook Marthe kon zich wel vinden in de naam, maar zij was zeer nieuwsgierig naar hoe hij er zou uitzien. Dus we haasten ons over de speelplaats naar de blok van het lager om Cas op te halen.

Cas was zeer fier. “Mag ik de naam nu verklappen?” vroeg hij toch nog ter bevestiging. We waren ondertussen omsingeld door een hoop meisjes die het nieuws van de geboorte al hadden opgevangen. “Finn, zo’n schattige naam”, onmiddellijk gevolgd door “en wanneer kom je naar de klas met het geboortesuiker?” Ja, mondig zijn ze wel op de leefschool. Maar toen bleek dat Cas al had verklapt dat hij na de geboorte met snoepdoosjes in de kring zou verschijnen. Na de bevestiging dat we donderdag wellicht zouden binnenspringen met de doosjes, maar evenwel zonder broertje, werden we vrolijk uitgewuifd tot aan de schoolpoort.

Onderweg gingen de gesprekken vooral over broertje en wat hij al wel of  niet zou kunnen:

  • als je nul jaar bent kan je nog niet stappen, hé papa [lena]
  • toch wel, ik was nul toen ik al kon stappen [marthe die een week voor haar eerste verjaardag kon lopen]
  • als broertje vier is kan hij al met mij en mijn playmobilpiraten spelen, hé [cas]
  • cas (uitgesproken op zijn Limburgs, dus een beetje gezongen), ik ben nog geen vier en ik speel al superlang met playmobil [lena]
  • ja, maar als hij nog geen drie is mogen er geen kleine prutskes tussen zitten [cas]
  • jullie speelden ook al heel vroeg met playmobil, al van toen jullie een jaar of twee waren, hoor [papa]
  • ja, maar voor ze twee zijn gooien baby’s alles overhoop [marthe]
  • ja maar, dan ga ik op mijn kamer boven spelen [cas]

Parkeren, het doolhof van ‘straten’ door, de lift in (afspraak: lena mag in het doorgaan op de knopjes duwen, marthe in het terugkeren), de gang door tot aan de kamer, de deur zwaait open…

Het vervolg kan ik je beter met wat prentjes tonen.

Eerste foto’s, beter laat dan nooit

Tuesday, 9 June, 2009

Het leek wel even Roland Garros deze avond. Ik was deze namiddag de voorzijde van de kaartjes gaan ophalen bij photo alltech aan de ajuinlei [daarvoor misbruik makend van de ondergrondse parkeergarage van Schleiper] en zou deze vanavond ‘spuitlijmen’ op de reeds gemonteerde achterkant. Het werken met spuitlijm is niet iets wat je ergens binnen in huis kan doen, tenzij je er een speciale ruimte voor hebt zoals bij een van mijn vroegere werkgevers. Dus doen wij dat buiten, op de zandbak, die voor de gelegenheid getooid wordt met De Morgen-bijlagen. Tot daar het plan.

finn's geboorte

Toen de meisjes na een ingekort bedritueel, maar met een extra portie ‘frotting’ onder de wol zaten, trok ik m’n werkkleren aan en zou ik er eens invliegen. Maar nog voor ik het eerste blad op de zandbak had gelegd begon het te druppelen. De parasol die op het houten terras staat werd snel van locatie gewisseld en kon zo voor een droge werkplek zorgen. De eerste reeks kaarten, met uitnodiging voor het geboortefeest, kon ik nog net afwerken vooraleer het druppelen overging in een stevige bui. Snel de Franse koffiekopjes, die als steun dienden voor de kaarten tijdens het lijmen, naar binnen gehaald en ondertussen de mail nog eens gecheckt.

Na een half uurtje regenpauze waagde ik het erop. Ditmaal echter bleef het geen 50 kaarten droog, na een reeks of 6 (een reeks zijn 4 kaarten) spatte het water te hard op. Dan maar een donkere was versast van de badkamer naar de wasmachine en enkele mails beantwoord. De vrt-nieuwssite, meer bepaald de weerrubriek, werd geraadpleegd met het oog op wat voorspeld wordt voor zondag. De geheugenkaart werd in de lezer gepleurd en lightroom mocht zijn werk doen met de foto’s van vandaag [dit is importeren en converteren en backuppen]. Toen pas was de regen iets gaan minderen en kon er weer overgegaan worden tot de orde van de dag/avond.

Heel lang duurde het echter niet of er kwam alweer een stevige bui langs, maar die was gelukkig kort van stof. Ondertussen was het echter ook al aardig donker geworden. Slechts 1 keer heb ik het voorgehad dat ik de spuitbus niet echt in de juiste richting hield waardoor niet de kaarten maar wel m’n werkplunje een dun laagje lijm kreeg toebedeeld. Het was al na 12 toen alle kaarten (150 stuks in totaal) waren gelijmd, aangewreven en gestapeld. Morgen gaan ze nog even onder het mes om de randjes netjes te zetten en dan verdwijnen ze in de reeds meer dan anderhalve maand klaarliggende enveloppes.

Dit alles om maar te verantwoorden waarom er vandaag slechts een kleine selectie beelden van de geboorte van Finn online zijn geraakt. Morgen beloof ik de beelden van het bezoek van de 3 oudsten aan hun verse broer erop te gooien.

Finn of “what’s in a name”

Sunday, 7 June, 2009

Om verschillende redenen waren we blij te horen dat er nog een zoon op komst was. Eén daarvan was dat we nog één naam in gedachten hadden waar we bijzonder aan gehecht waren, en dat was een jongensnaam.

Toen ik zwanger was van Marthe stond die naam bij de aftiteling van een reisprogramma dat Geert en ik samen bekeken en onze reactie was gelijktijdig en unaniem: als we nog een zoon krijgen wordt het Finn. Kort, eenvoudig en toch niet te alledaags. En kijk, meer dan zes jaar later kunnen we deze jongensnaam toch nog gebruiken.

Finn is een oude naam met verschillende roots. Als Scandinavische naam is hij afgeleid van het Oudnoorse Finnr. Als Bretoense naam komt Finn wellicht van Finnia, wat zoveel betekent als ‘diegene die op het paard zit, die zich goed kan beheersen en een sterke uitstraling heeft’. Dat belooft! Maar als Gaelische naam betekent Finn gewoon ‘blond’. Of dat zal kloppen valt natuurlijk nog af te wachten.

Giant's CausewayWij vinden vooral de link met de Iers-Keltische sage van Finn MacCool toepasselijk. Ierland, 1996. Onze eerste reis samen, de reis waarin we de stap zetten van ‘gewone vrienden’ naar koppel, leidde ons naar the giant’s causeway, een rotsformatie in Noord-Ierland. Geert had de plek al drie keer bezocht en wou mij nu ook dat ‘wonder’ tonen. De basaltzuilen zijn ontstaan bij een vulkaanuitbarsting zo’n 60 miljoen jaar geleden, maar de Ieren hebben daar natuurlijk een fantasievollere verklaring voor.

De Ierse reus Finn MacCool zou een pad gebouwd hebben van Ierland naar Schotland om met zijn Schotse rivaal, Benandonner, te vechten. In Schotland treft hij een grotere en sterkere reus aan dan verwacht en hij vlucht snel terug naar Ierland. Daar vraagt hij zijn vrouw, Oona, om hem te vermommen als baby. Wanneer Benandonner in Ierland aankomt en het kind van Finn MacCool in de wieg ziet liggen schrikt hij. Als die baby al zo groot is, wat een gigantische reus moet zijn vader dan wel niet zijn. Hij vlucht terug naar Schotland en vernielt het pad tussen beide landen. Enkel de uiteinden in Ierland en Schotland blijven over.

Finn “Godot” Roels

Sunday, 7 June, 2009

“De voorziene bevallingsdatum” is een begrip dat ik nooit echt begrepen heb. Alsof een zwangerschap een exacte wetenschap is. De datum wordt de eerste keer gegenereerd door koortsachtig aan een kleinood met rondekes te draaien, een soort parkeerschijf. Genoteerd in het moederboekje lijkt het een soort ‘vervaldatum’. Bij de vorige zwangerschappen heb ik die datum dan ook nooit onthouden. Ik verving hem door een relatiever begrip. Begin oktober, midden februari en midden juni waren de data die bij Cas, Marthe en Lena ergens in m’n geheugen werden opgeslagen. Cas zag, zo bleek bij nazicht van het moederboekje, klop op “zijn dag” het levenslicht. Marthe heeft het gelukkig iets langer getrokken, want zij was ‘berekend’ voor valentijnsdag. Wat de exacte dag van Lena was zou ik zelfs in de verste verte niet meer weten. Maar ik ging er vanuit dat het weer in het weekend zou zijn (Cas kwam op een zaterdag, Marthe op een zondag), en na een blik op de kalender kruiste ik 12 juni aan. Groot was dan ook de verbazing toen we op 11 juni rond 10 uur ‘s avonds naar Sint-Lucas togen, om enkel uren later (het was ondertussen zondag 12 juni geworden) Lena voor het eerst te mogen aanschouwen. Was het mijn zesde zintuig, mijn mannelijk intuïtie, wie weet? Wat het ook was, het liet me ditmaal behoorlijk in de steek.

Voor Finn kregen we niet onmiddellijk een eensluidende datum. Het ‘draaiding’ gaf 25 mei aan, de eerste echo stelde die datum bij naar 4 juni. Maar aangezien het ging om een vierde zwangerschap en de andere kinderen nooit ‘over tijd’ gegaan zijn, zetten we onze gedachten op het laatste weekend van mei. Regelingen werden getroffen: de kinderen gingen bij oma Annie & opa Chris, wij hielden het hele weekend maagdelijk in onze agenda’s. Ik werkte zoveel mogelijk zaken af en plande m’n vaderschapsverlof voor de komende weken. Maar op vrijdag kwam er nog geen beweging in de buik.

Toen er zaterdagmiddag nog niks ‘aan de gang’ was werd de trukendoos voor de eerste maal bovengehaald. Een wandelingetje tussen de velden, schweppes, ananas, de hele reutemeteut. Tijdens de wandeling werd licht geklaagd over harde buiken en af en toe een wee, maar niet van die orde dat de trip diende te worden gestaakt. Bij aankomst thuis bleken die symptomen echter al snel weer te verdwijnen. ‘s Avonds dan nog maar een wandeling, ditmaal niet meer in het dorp, hier op den buiten kom je niet makkelijk meer ongezien op straat, zeker niet met een ‘tonneken’, dus werd er uitgeweken naar het nabijgelegen Dikkele. Dat gaf ons nog het voordeel dat we een lange hobbelige kasseiweg over moesten, helaas zonder effect. De stevige wandeling zorgde weer voor harde buiken en weeën van een iets sterkere soort. Een ‘schwepske’ op het terras van café Casino zou het definitief startsein kunnen zijn, helaas… ook die nacht hebben we zeer goed geslapen.

Zondag: gewandeld/geslenterd op de rommelmarkt van Velzeke, de trappen naar het provinciaal archeologisch museum genomen, schweppes gedronken (er werd ondertussen overgeschakeld op de lightversie), ananas gegeten, ‘s avonds nog een stevige wandeling, nu door het desolate hinterland van de stationsstraat. Jammergenoeg verspreidt het nieuws van een nakende geboorte zich sneller dan de woestste bosbranden in Australië. “Allé jong, loopte gij hier nu nog” … “is’t om het wat te laten zakken?” … “oe? moeste gij nog niet bevallen zijn?” We konden geen dorpsgenoot kruisen of we kregen het te horen. Dus wij maar onverzaakt terug naar huis voor een laatste glaasje schweppes (dju, had ik hier nu google-advertenties laten zetten op de site, ik was al rijk). En voor je denkt: er zijn toch nog andere middeltjes, wel, ook die hebben we geprobeerd, maar dat hangen we natuurlijk niet aan jullie neus.

Ondertussen was het al maandagmorgen. De kans dat het nu wel eens D-day zou kunnen zijn werd natuurlijk met de dag groter. Na een bezoek aan een vriendin in Gent en een wandeling (of wat dacht je) togen we terug naar Scheldewindeke. De wandelingen werden nu lastiger en de buiken harder. Stilte voor de storm dachten we. Op tijd in ons bedje, want het zou vannacht wel eens een korte nacht kunnen worden.

Echter, vogelgezang en priemende zonnestralen waren het die ons wekten. Ondertussen lag mei ook al meer dan een dag achter ons. Vandaag op controle bij de gynaecoloog. Heidi, de secretaresse die Marijke de week ervoor diezelfde dag nog zag bevallen, “ik zie het aan uw gezicht”, keek licht verbaasd op toen ze de deur opende. Ingrid controleerde en zag dat alles nog oké was daarbinnen: nog niet te zwaar, voldoende eten en drinken,… Alleen, weken mocht het toch niet meer blijven duren, dus werd een afspraak gemaakt om, indien nodig, de natuur een handje te helpen. Ik suggereerde snel maandag 8 juni, al was het maar om Marijke niet de kans te geven vroeger te kiezen.